Waarom veiligheid in Rotterdam meer is dan acceptatie

De Rainbow Map van ILGA-Europe laat ieder jaar zien hoe goed 49 Europese landen (Nederland hier) de rechten van lhbti-personen beschermen. Dat gebeurt aan de hand van een score tussen 0 en 100 procent, gebaseerd op wetgeving en beleid op zeven belangrijke thema’s, zoals gelijke behandeling, gezinsrechten en bescherming tegen haat. Via een gratis online platform kunnen gebruikers landen met elkaar vergelijken, ontwikkelingen door de jaren heen volgen en ondersteunende informatie downloaden. De cijfers vertellen echter niet het hele verhaal. Daarom vult ILGA-Europe de ranglijst aan met een jaarlijks rapport dat uitlegt welke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen achter de scores schuilgaan. Dat laatste is misschien wel de belangrijkste toevoeging. Een ranglijst laat zien hoe landen ervoor staan, maar vertelt niet hoe mensen hun dagelijks leven ervaren. Want tussen wetgeving op papier en de werkelijkheid van alledag zit soms een groot verschil.

Deze maand is het Pride-maand. Tegelijkertijd heeft de Partij voor de Dieren Rotterdam schriftelijke vragen aan het college gesteld over de veiligheid van LHBTIQ+ personen en specifiek queervrouwen in de publieke ruimte. Aanleiding daarvoor was een panelgesprek tijdens de Rotterdamse Week tegen Seksuele Straatintimidatie.

Wat mij daarbij opvalt, is dat het maatschappelijke gesprek lijkt te verschuiven. Waar het jarenlang vooral ging over acceptatie, gaat het steeds vaker over veiligheid. Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar het is fundamenteel anders. Acceptatie gaat over erkenning. Veiligheid gaat over de vraag of iemand zich daadwerkelijk vrij voelt om zichzelf te zijn. Want wat heb je aan acceptatie als je ondertussen nadenkt over welke route je naar huis neemt? Wat betekent zichtbaarheid wanneer die zichtbaarheid ook risico’s met zich meebrengt? En hoe vrij ben je eigenlijk als je voortdurend kleine afwegingen maakt over waar je bent, hoe laat je nog reist en hoeveel van jezelf je laat zien?

Tijdens het panelgesprek werd aangegeven dat discriminerend en haatdragend taalgebruik steeds vaker wordt genormaliseerd. Daarbij werd benadrukt dat het niet gaat om individuele incidenten, maar om een bredere maatschappelijke ontwikkeling die gevolgen heeft voor de veiligheid en bewegingsvrijheid van queervrouwen. Ook kwamen knelpunten naar voren rondom handhaving, meldingsbereidheid, voorlichting, sociale media en het openbaar vervoer.

Die onderwerpen vormen ook de kern van de vragen aan het college. Zo wordt gevraagd hoeveel meldingen van intimidatie, discriminatie en geweld in 2025 zijn geregistreerd, hoeveel daarvan hebben geleid tot handhaving en op welke locaties LHBTIQ+ personen zich relatief onveilig voelen. Daarnaast is er aandacht voor voorlichting op scholen, de veiligheid in het openbaar vervoer en de manier waarop toekomstige initiatieven samen met de doelgroep kunnen worden ontwikkeld. Want wat zegt een internationale topnotering eigenlijk, als mensen hun zichtbaarheid nog steeds moeten afwegen tegen hun veiligheid?

Lees ook: dit rapport en deze publicatie.