De ontwikkelingen rond Sportdorp laten zien dat besluitvorming ingewikkelder wordt wanneer verschillende opdrachten tegelijkertijd moeten worden uitgevoerd.
Op 11 juni nam de Rotterdamse gemeenteraad twee moties aan die nauw met elkaar verbonden zijn. In de eerste motie wordt het college gevraagd om bouwlocaties aan de randen van Sportdorp te onderzoeken, zodat mogelijk minder woningen hoeven te worden gesloopt. De tweede motie roept op om samen met bewoners het aangepaste scenario van Woonbron verder uit te werken. Een paar dagen later ontvingen bewoners een brief van Woonbron. Daarin staat dat er samen met de gemeenteraad is gekozen voor aangepast scenario 2b. Ook wordt aangegeven welke woningen nog steeds als sloopwoningen (bouwtechnische informatie geheim) zijn aangemerkt.
Dat roept begrijpelijke vragen op. Als nog onderzocht moet worden of alternatieve bouwlocaties kunnen leiden tot minder sloop, hoe definitief is scenario 2b dan op dit moment? En als die onderzoeken nog moeten plaatsvinden, is het dan verstandig om nu al een richting te communiceren die voor bewoners als een vaststaand besluit kan overkomen?
Vanuit de gemeenteraad zijn daar inmiddels schriftelijke vragen over gesteld. Die richten zich vooral op de rol van het college en de vraag hoe de aangenomen moties worden uitgevoerd.
Uiteindelijk draait het hier vooral om duidelijkheid. De gemeenteraad neemt moties aan, het college moet die uitvoeren en Woonbron werkt de plannen verder uit. Zodra die rollen voor bewoners minder helder worden, ontstaat al snel onzekerheid over wie waarvoor verantwoordelijk is.
Misschien zit de uitdaging hier wel in het zorgvuldig uit elkaar houden van onderzoeken, participatie en besluitvorming. Zodra die lijnen door elkaar gaan lopen, ontstaat al snel de indruk dat sommige keuzes al zijn gemaakt, terwijl daar juist nog onderzoek naar moet worden gedaan.
Vonden we trouwens op YouTube: Sportdorpers die aan het woord komen (via Rotterdam Rebuild)