Worden de namen van malafide uitzendbureaus in Rotterdam straks bekend gemaakt?

Soms zit het nieuws niet in wat bekend wordt gemaakt, maar juist in wat blijkbaar nog onbekend is.

Deze week las ik een bericht over Rotterdamse zorginstellingen (bijvoorbeeld Humanitas) die overwegen de namen van malafide uitzendbureaus openbaar te maken. Volgens betrokken organisaties gaat het om bureaus die arbeidsmigranten uitbuiten. Mensen die ziek worden of hun baan verliezen, raken vervolgens ook hun woning kwijt en belanden uiteindelijk bij maatschappelijke opvang en zorginstellingen. Een zorgelijke constatering en de gemeente Rotterdam zou de namen van deze uitzendbureaus niet kennen.

Interesssant natuurlijk. Hoe kan het dat zorginstellingen, hulpverleners en maatschappelijke organisaties al langer signalen hebben over specifieke partijen, terwijl die informatie de gemeente kennelijk niet bereikt? Wat zegt dat over de samenwerking tussen alle organisaties die zich bezighouden met arbeidsmigratie, huisvesting en zorg?

De discussie over arbeidsmigratie speelt al jaren. Rotterdam profiteert van de mensen die hier komen werken, maar hun positie blijft kwetsbaar. Vaak zijn werk, inkomen en huisvesting aan elkaar gekoppeld. Als één onderdeel wegvalt, kunnen de gevolgen groot zijn.Juist daarom verbaast het me dat er blijkbaar nog steeds verschillende werelden naast elkaar bestaan. De hulpverlening ziet de gevolgen, maatschappelijke organisaties herkennen patronen en de politiek zoekt naar oplossingen. Maar wie brengt al die informatie samen?

Het openbaar maken van namen voelt bovendien als een laatste middel. Een signaal dat andere instrumenten onvoldoende effect hebben gehad. Tegelijkertijd vraagt zo’n stap om zorgvuldigheid. Beschuldigingen zijn ernstig en moeten goed onderbouwd zijn. Maar voortdurende terughoudendheid mag ook geen excuus worden om niets te doen.

Roept in ieder geval vragen op vanuit de gemeenteraad.