Praktijkgerichte HAVO past bij Rotterdam

Vanaf komend schooljaar mogen naar verwachting alle havo-scholen in Nederland praktijkgerichte vakken aanbieden. Daarmee krijgen leerlingen meer mogelijkheden om naast theorie ook ervaring op te doen in bijvoorbeeld de zorg, techniek, het onderwijs of de economie. Mooie kans voor Rotterdam toch? Want in deze stad moeten onderwijs en praktijk dicht bij elkaar kunnen komen. Of niet?

Deze ontwikkeling laat vooral zien dat ons beeld van onderwijs aan het veranderen is. Jarenlang waren de verschillen duidelijk: vmbo was praktijkgericht, havo vooral theoretisch en het hbo vormde daarna de brug naar de arbeidsmarkt. Die scheidslijnen passen echter steeds minder goed bij een samenleving die voortdurend verandert.

Veel jongeren ontdekken hun talenten namelijk pas echt wanneer zij met de praktijk in aanraking komen. Een opdracht in de zorg, een project bij een technisch bedrijf of een kennismaking met het onderwijs kan helpen om bewuster na te denken over een vervolgopleiding.

Rotterdam kent al jaren tekorten in sectoren als de zorg, techniek, het onderwijs en de havenlogistiek. Tegelijkertijd zijn veel jongeren op zoek naar richting en perspectief voor hun toekomst. Dus die praktijkgerichte havo moet ook als een kans worden gezien.

Dat betekent niet dat scholen een verlengstuk van de arbeidsmarkt moeten worden. Onderwijs moet in de eerste plaats leerlingen breed ontwikkelen. Juist daarom kan praktijkgericht onderwijs waardevol zijn, omdat leerlingen eerder ontdekken waar hun interesses en talenten liggen.

De uitdaging zit waarschijnlijk in de samenwerking. Zijn er voldoende bedrijven, scholen en maatschappelijke organisaties die leerlingen praktijkopdrachten kunnen aanbieden? En lukt het om die samenwerking structureel te organiseren? Welke rol kan de gemeente daarin spelen?

Havo-P: meer uitleg hier.