Meer dan veertig jaar wonen deze mensen op hun woonboot in Giethoorn met dezelfde schutting en hetzelfde stukje groen ervoor. Wat jarenlang vanzelfsprekend leek, staat nu ter discussie. De gemeente wil bestaande situaties legaliseren en scherper reguleren. Schuttingen moeten lager, schuurtjes kleiner en grond die bewoners jarenlang gebruikten, wordt opnieuw beoordeeld. Bewoners voelen zich overvallen, juist omdat deze situaties decennialang zijn gedoogd.
Hoewel dit verhaal zich in Giethoorn afspeelt, raakt het aan een veel bredere vraag die ook voor Rotterdam relevant kan zijn. Wat gebeurt er als iets jarenlang wordt toegestaan zonder dat het ooit officieel is vastgelegd? En hoe ga je vervolgens om met bewoners die ervan overtuigd zijn geraakt dat hun situatie geaccepteerd is?
Misschien kent u wel voorbeelden van openbare ruimte in Rotterdam die langzaam een andere functie heeft gekregen. Een stukje groen dat onderdeel wordt van een voortuin, een schutting die verder doorloopt dan oorspronkelijk bedoeld was of een terras dat steeds meer ruimte inneemt. Vaak gebeurt dat niet van de ene op de andere dag, maar ontstaat het geleidelijk. Daar zit ook meteen de moeilijkheid. Als een overheid jarenlang niet ingrijpt, ontstaat vanzelf het gevoel dat iets mag. Zelfs wanneer daar juridisch nooit toestemming voor is gegeven.
De politieke vragen die hierover nu worden gesteld, raken daarom aan meer dan alleen een paar schuttingen of stukjes grond. Openbare ruimte is immers van iedereen. Straten, stoepen, plantsoenen en pleinen zijn bedoeld om gezamenlijk te gebruiken. Dat principe staat eigenlijk niet ter discussie. Tegelijkertijd wordt het ingewikkeld wanneer bewoners tientallen jaren hebben geïnvesteerd in een situatie waarvan zij dachten dat die geaccepteerd was. Dan komen twee begrijpelijke belangen tegenover elkaar te staan.
Enerzijds moet de openbare ruimte toegankelijk blijven voor alle Rotterdammers. Hulpdiensten moeten overal kunnen komen en voetgangers, ouderen, ouders met kinderwagens en rolstoelgebruikers moeten zich veilig door de stad kunnen bewegen. Anderzijds zijn er bewoners die zich moeilijk kunnen voorstellen dat iets wat jarenlang ongemoeid is gelaten, ineens moet verdwijnen.
U begrijpt misschien wel beide kanten.
Want zodra steeds meer stukjes openbare ruimte ongemerkt worden geprivatiseerd, verandert het karakter van de stad zonder dat daar ooit een bewuste keuze aan vooraf is gegaan. Maar het voelt tegelijkertijd onredelijk om na tientallen jaren streng te handhaven zonder rekening te houden met de geschiedenis die eraan voorafging.
Misschien ligt de oplossing daarom niet in een keuze tussen alles toestaan of alles terugdraaien. Misschien vraagt dit juist om meer transparantie. Waar wordt gedoogd? Waarom gebeurt dat? Hoe lang mag een tijdelijke situatie blijven bestaan? En wanneer ontstaat er een probleem dat om ingrijpen vraagt?
Rotterdammers hebben misschien vooral behoefte aan duidelijkheid. Een overheid die consequent handelt, maar ook oog houdt voor de menselijke maat. Want wie jarenlang geen enkel signaal krijgt dat iets niet mag, zal zich moeilijk kunnen voorstellen dat diezelfde situatie opeens onacceptabel wordt. Misschien is het daarom verstandig om inzichtelijk te maken hoeveel langdurig gedoogde situaties er binnen Rotterdam eigenlijk bestaan.