Vandaag is de Internationale Dag tegen Ouderenmishandeling; een dag die aandacht vraagt voor een probleem waar u misschien liever niet over nadenkt, maar dat dichterbij is dan u misschien beseft.
Recent berichtte RTV Rijnmond dat het Albert Schweizer ziekenhuis in de regio een sterke stijging ziet van het aantal vermoedelijke gevallen van ouderenmishandeling. In enkele jaren tijd is het aantal signalen zelfs verdrievoudigd. Dat zijn cijfers die ongemakkelijk voelen en die gelijk duidelijk maken dat dit geen onderwerp meer is dat we kunnen wegstoppen achter de voordeur.
De eerste vraag die bij mij opkomt, is wat deze stijging precies betekent. Zijn er daadwerkelijk meer gevallen van mishandeling? Of zijn professionals simpelweg beter geworden in het herkennen van signalen die vroeger onopgemerkt bleven? Waarschijnlijk speelt allebei een rol. En juist dat maakt dit onderwerp zo ingewikkeld.
Ouderenmishandeling kent namelijk veel gezichten. We denken al snel aan fysiek geweld, maar het probleem is veel breder. Het gaat ook over psychische druk, intimidatie, verwaarlozing en financieel misbruik. Bovendien ontstaat het vaak in afhankelijkheidsrelaties. Juist bij de mensen die dichtbij staan en die eigenlijk bescherming en veiligheid zouden moeten bieden.
De vraag is of elke situatie begint met kwade bedoelingen. Ontstaat een ongezonde situatie misschien doordat mantelzorgers jarenlang steeds meer verantwoordelijkheden op zich nemen? De zorg die zwaarder wordt, de druk die toeneemt en de grenzen die langzaam vervagen? Dat maakt het niet minder ernstig, maar het laat wel zien hoe complex dit vraagstuk is.
Ondertussen zijn ouderen vaak juist de mensen die het minst snel zelf om hulp vragen. Een generatie die is opgegroeid met het idee dat je niet klaagt, problemen binnenshuis houdt en anderen niet tot last wilt zijn. Eigenschappen die jarenlang als kracht werden gezien, kunnen op latere leeftijd juist een extra kwetsbaarheid worden. Dat maakt goede signalering zo belangrijk.
De politieke vragen die hierover nu worden gesteld, zijn daarom begrijpelijk. Niet alleen omdat er behoefte is aan cijfers, maar vooral omdat cijfers helpen om inzicht te krijgen in een probleem dat grotendeels verborgen blijft. Hoeveel meldingen zijn er eigenlijk in Rotterdam? Zien wijkteams, zorginstellingen en Veilig Thuis dezelfde ontwikkelingen? En weten al deze organisaties elkaar voldoende te vinden?
Zijn we als samenleving voldoende voorbereid op een toekomst waarin steeds meer ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen? Dat is immers een bewuste keuze geweest. De meeste mensen willen zo lang mogelijk in hun eigen huis blijven wonen. Begrijpelijk, maar zelfstandig wonen betekent niet automatisch veilig wonen.
Daar ligt een grote uitdaging. Rotterdam vergrijst, terwijl de druk op de zorg en op mantelzorgers toeneemt. Daarom wordt preventie steeds belangrijker. Mantelzorgers moeten eerder ondersteuning krijgen, zodat overbelasting kan worden voorkomen. Soms maken juist kleine interventies al een groot verschil.
Tegelijkertijd vraagt dit onderwerp ook iets van onszelf. Hoe goed kennen we de oudere mensen in onze omgeving nog? Weten we hoe het met hen gaat en zien we wanneer iemand steeds afhankelijker wordt? Want uiteindelijk gaat ouderenmishandeling niet alleen over zorg of politiek, maar over hoe we als samenleving omgaan met kwetsbaarheid. Mensen die een leven lang hebben bijgedragen aan onze stad, moeten zich veilig kunnen voelen wanneer zij afhankelijk worden van anderen. Dat zou geen ambitie moeten zijn, maar een vanzelfsprekendheid. Daarom is het goed dat hier vandaag extra aandacht voor is. Bewustwording is vaak de eerste stap om een verborgen probleem zichtbaar te maken.