Van Hormuz tot Rotterdam: hoe een conflict ver weg invloed kan hebben op de stad

Over de problematiek in de Straat van Hormuz hebben we recentelijk geschreven. Dat zorgde voor vragen vanuit de gemeenteraad

Uit de beantwoording blijkt dat het college de oproep van de Europese Unie ziet als een begrijpelijke aansporing tot waakzaamheid. Volgens het stadsbestuur kunnen stijgende brandstof- en energieprijzen gevolgen hebben voor inwoners, ondernemers, mobiliteit en logistiek. In een havenstad als Rotterdam zijn dergelijke ontwikkelingen dan ook direct relevant. Tegelijkertijd wijst het college erop dat Rotterdam al jaren werkt aan het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Wat ooit vooral klimaatbeleid was, krijgt door de internationale spanningen ook een economische en strategische betekenis.

Dat beleid is zichtbaar binnen de gemeentelijke organisatie. Sinds 2019 werkt Rotterdam aan de elektrificatie van het wagenpark. Inmiddels is 68 procent van de voertuigen elektrisch en rijden de gemeentelijke personenauto’s sinds 2023 volledig uitstootvrij. Volgens het college is de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen hierdoor met ongeveer 40 procent afgenomen ten opzichte van 2019. Het uiteindelijke doel is een volledig emissievrij gemeentelijk wagenpark in 2030.

Ook voor inwoners zet de gemeente in op alternatieven voor autogebruik. Er wordt geïnvesteerd in fietsinfrastructuur, openbaar vervoer, deelmobiliteit en laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Daarnaast werkt Rotterdam samen met ongeveer 120 werkgevers om duurzaam woon-werkverkeer te stimuleren. Via fietslessen en de Rotterdamse Fietsbank probeert de gemeente bovendien drempels weg te nemen voor inwoners met een lager inkomen. Volgens gemeentelijke cijfers stijgt het fietsgebruik al jaren. Het aandeel intensieve fietsgebruikers groeide van 25 procent in de periode 2006-2010 naar 38 procent in 2025.

De raad wilde daarnaast weten hoe Rotterdam zich voorbereidt op eventuele landelijke maatregelen. Het college zegt de ontwikkelingen in Den Haag en Brussel nauwlettend te volgen en aan te sluiten bij landelijke kaders zodra die worden vastgesteld. Daarbij wordt gekeken naar de gevolgen voor inwoners, ondernemers en de lokale uitvoering.

Het kabinet verkent inmiddels verschillende scenario’s voor het geval energie- en brandstofprijzen verder oplopen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar koopkrachtmaatregelen, steun voor kwetsbare huishoudens en zelfs een mogelijke inruilregeling waarbij mensen met een laag inkomen hun fossiele auto kunnen vervangen door een duurzamer alternatief. Volgens het college is dat voor Rotterdam een belangrijk aandachtspunt. De stad kent relatief veel huishoudens die gevoelig zijn voor stijgende kosten van energie en vervoer. Daarom blijft Rotterdam bij het Rijk aandacht vragen voor maatregelen die deze groepen ondersteunen. De gemeente heeft bovendien ervaring met eerdere steunregelingen, zoals energietoeslagen. Mocht het Rijk nieuwe regelingen invoeren, dan zal Rotterdam bekijken hoe deze snel en zorgvuldig kunnen worden uitgevoerd.

Verdergaande maatregelen, zoals het beperken van autoverkeer op bepaalde dagen, zijn volgens het college momenteel niet aan de orde. Ook het versneld autoluw maken van straten als de Witte de Withstraat, Meent of Coolsingel wordt niet gezien als een directe reactie op mogelijke brandstofproblemen. Zulke maatregelen worden vooral beoordeeld op leefbaarheid, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit.