Soms lijken maatschappelijke ontwikkelingen zich ver van ons bed af te spelen. Je leest over een rechtszaak in Frankrijk, een onderzoek van een internationale nieuwszender of online netwerken waar mensen elkaar aanzetten tot geweld. Het zijn berichten die schokkend zijn, maar die ook een zekere afstand hebben. Totdat diezelfde thema’s ineens opduiken in een politieonderzoek dat deels vanuit Rotterdam wordt geleid.
Dat gevoel kreeg ik bij het recente onderzoek naar vermoedelijke drogeerverkrachtingen. De politie maakte bekend dat acht verdachten zijn geïdentificeerd en dat vier mannen zijn aangehouden. Volgens de onderzoekers werden in besloten online groepen tips gedeeld over het drogeren van vrouwen, werden beelden van seksueel misbruik uitgewisseld en zijn mogelijk meerdere slachtoffers gemaakt.
Het onderzoek loopt nog, maar de impact is nu al groot. Niet alleen vanwege de ernst van de verdenkingen, maar ook omdat er volgens de politie slachtoffers in Rotterdam zijn.
Wat deze zaak bijzonder maakt, is dat zij aansluit bij zorgen die eerder al werden geuit over online netwerken waarin seksueel geweld niet alleen wordt besproken, maar ook wordt gefaciliteerd. Platformen waarop mannen elkaar adviseren over het gebruik van verdovende middelen, over het misbruik van vrouwen die buiten bewustzijn zijn en over het vastleggen en verspreiden van beelden.
Toen ik daar eerder over las, voelde het bijna onwerkelijk. Niet omdat het onmogelijk leek, maar omdat het zo haaks staat op hoe we naar onze samenleving willen kijken. Toch laten verschillende onderzoeken en rechtszaken zien dat dergelijke praktijken geen verzinsels zijn.
De zaak rond Gisèle Pelicot in Frankrijk maakte dat op pijnlijke wijze zichtbaar. Wat jarenlang verborgen bleef achter een voordeur, bleek uiteindelijk onderdeel van structureel en georganiseerd misbruik. Die zaak zorgde internationaal voor veel discussie over vertrouwen, macht en de vraag waarom dergelijke situaties zo lang onzichtbaar kunnen blijven.
Juist daarom is het opvallend dat de discussie inmiddels ook in Rotterdam nadrukkelijk wordt gevoerd.
Eerder werden al schriftelijke vragen gesteld over online netwerken waarin seksueel geweld wordt aangemoedigd. Daarbij werd gevraagd naar signalering, preventie, bewustwording en nazorg. Hoe zichtbaar zijn dergelijke fenomenen eigenlijk? Welke signalen bereiken politie, hulpverleners en gemeenten? En zijn we voldoende voorbereid op slachtoffers die zich misschien niet eens realiseren dat zij slachtoffer zijn geworden? Het recente politieonderzoek maakt die vragen urgenter.
Wat mij vooral bezighoudt, is dat veel traditionele aannames over seksueel geweld hier niet vanzelfsprekend opgaan. We denken vaak aan slachtoffers die aangifte doen, hulp zoeken of op enig moment beseffen wat er is gebeurd. Maar wat als dat besef ontbreekt?
De politie benadrukt dat sommige slachtoffers mogelijk niet weten dat zij zijn gedrogeerd. Dat betekent dat mensen misschien jarenlang hebben geleefd zonder te weten dat hun grenzen zijn overschreden. Misschien waren er vermoedens. Misschien waren er onverklaarbare herinneringsgaten. Misschien helemaal niets.
Dat maakt deze zaak niet alleen een strafrechtelijke kwestie, maar ook een maatschappelijke uitdaging. Hoe bereik je iemand die geen hulp zoekt omdat diegene niet weet dat er hulp nodig is? Hoe organiseer je nazorg voor slachtoffers die pas tijdens een politieonderzoek ontdekken dat zij mogelijk slachtoffer zijn geweest? En hoe zorg je ervoor dat schaamte, twijfel of ongeloof geen extra barrières vormen?
Het zijn vragen die verder gaan dan politieonderzoek alleen. Ze raken ook aan de rol van gemeenten, zorginstellingen, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Niet omdat zij verantwoordelijk zijn voor de misdrijven, maar omdat zij een rol spelen in bewustwording, signalering en ondersteuning.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze ontwikkelingen. Dat veiligheid niet alleen gaat over wat zichtbaar gebeurt op straat, maar ook over wat zich afspeelt achter schermen, in besloten online groepen en soms zelfs binnen persoonlijke relaties. Jarenlang werd veel aandacht besteed aan fysieke veiligheid in de openbare ruimte. Terecht. Maar deze zaak laat zien dat kwetsbaarheid zich niet altijd bevindt op de plekken waar we haar verwachten.
Soms zit het gevaar niet buiten, maar dichtbij. In een vertrouwensrelatie. In een vriendengroep. Achter een voordeur. Of in een online gemeenschap die geweld normaliseert en aanmoedigt.
Het politieonderzoek zal moeten uitwijzen hoe groot deze zaak precies is en hoeveel slachtoffers er zijn. Maar één conclusie lijkt nu al gerechtvaardigd: wat ooit klonk als een verontrustend verhaal uit het buitenland, blijkt geen ver-van-ons-bed-show.
Update: aanvullende vragen