Transparantie over subsidies is een onderwerp in de Rotterdamse politiek, dat vaker terugkomt. Deze keer gaat het om culturele instellingen die jaarlijks bedragen aan publieke middelen ontvangen. De vraag die daarbij opduikt: hoeveel verdienen de bestuurders en toezichthouders van die organisaties eigenlijk?
Deze discussie werd vorig jaar opnieuw aangezwengeld door vanuit Leefbaar Rotterdam. Na eerdere schriftelijke vragen over de bezoldiging van bestuurders van culturele instellingen stelde hij in maart aanvullende vragen aan het college.
Hoewel sommige instellingen hun gegevens inmiddels openbaar hebben gemaakt, geldt dat nog niet voor alle culturele organisaties die subsidie ontvangen binnen het Rotterdamse Cultuurplan en onder de Wet normering topinkomens (WNT) vallen. Nu wil men vanuit Leefbaar Rotterdam graag inzicht in die cijfers, mede in aanloop naar het initatiefvoorstel om de salarissen van bestuurders van gesubsidieerde culturele instellingen verder te beperken.
Het college bevestigt nu dat de gegevens over de bezoldiging van bestuurders en leden van raden van toezicht onderdeel zijn van de subsidieverantwoording die instellingen bij de gemeente indienen. Niet alle verantwoordingen zijn echter al ontvangen. De verantwoordelijkheid voor openbaarmaking ligt bovendien niet bij de gemeente, maar bij de instellingen zelf. Op basis van de WNT moeten deze gegevens uiterlijk op 1 juli van het jaar na afloop van het kalenderjaar openbaar toegankelijk zijn en vervolgens zeven jaar beschikbaar blijven. Dat betekent dat de bezoldigingsgegevens over 2025 uiterlijk op 1 juli 2026 openbaar moeten zijn.
Interessant is dat het college nu wel een stap verder lijkt te gaan dan eerder. Zodra alle gegevens openbaar zijn, wil het een overzicht maken van de salarissen en vergoedingen van de betreffende instellingen en dat aan de gemeenteraad sturen. Daarmee lijkt een belangrijk deel van de discussie voorlopig beslecht. De raad krijgt alsnog het gevraagde overzicht, zij het pas nadat de instellingen zelf aan hun wettelijke openbaarmakingsplicht hebben voldaan.
Toch gaat de discussie over meer dan alleen een lijst met salarissen. Op de achtergrond speelt een principiële vraag die vaker terugkomt wanneer publieke subsidies worden verstrekt. Hoe ver mag de overheid gaan in het stellen van voorwaarden aan organisaties die subsidie ontvangen? En hoort daar ook een maximale beloning voor bestuurders bij die lager ligt dan de landelijke WNT-norm?
Voorstanders wijzen erop dat belastinggeld zorgvuldig besteed moet worden en dat publieke instellingen daarin een voorbeeldfunctie hebben. Tegenstanders waarschuwen juist dat te strenge salarisnormen het moeilijker kunnen maken om ervaren bestuurders aan te trekken.
Voorlopig lijkt de volgende stap helder. Op 1 juli moeten de gegevens openbaar zijn. Daarna zal blijken hoe de beloningen binnen de Rotterdamse culturele sector zich daadwerkelijk verhouden tot de maatschappelijke en politieke discussie die er inmiddels over is ontstaan.
Weet u hoe welke instellingen subsidie hebben ontvangen? Zie paragraaf 4.4.