Hoe kijkt u naar de berichten over incidenten op scholen, zoals begin deze maand op het Emmaus en Libanon College? Schokkend om te lezen, maar niet alleen vanwege wat er gebeurt, maar ook vanwege wat er daarna gebeurt. Of beter gezegd: wat sommige mensen ermee doen.
Want nog voordat de rust is teruggekeerd, circuleren de beelden al. Op telefoons, in groepsapps, op sociale media. Vastgelegd door leerlingen zelf, gedeeld door leeftijdsgenoten. Alsof de gebeurtenis pas echt bestaat als hij bekeken kan worden.
Het leed voor slachtoffers en nabestaanden is groot en nauwelijks te bevatten. En dan komt daar nog een extra laag overheen: de wetenschap dat het moment keer op keer wordt afgespeeld, gedeeld, becommentarieerd. Een gebeurtenis is een digitaal object geworden dat keer op keer blijft rondzingen.
Scholen proberen daar grip op te krijgen. Terecht. Volgens berichten in onder meer De Telegraaf en Algemeen Dagblad hebben scholen ouders opgeroepen om telefoons van hun kinderen te controleren en beelden te verwijderen. Dat voelt misschien ergens ongemakkelijk: controleren. Maar het is ook begrijpelijk. Want waar ligt de grens tussen vertrouwen en verantwoordelijkheid?
De smartphone speelt een sleutelrol. Het apparaat is op zichzelf iniet slecht, maar het maakt alles tegelijk wel mogelijk. Filmen, delen, reageren; zonder vertraging. Er zit geen moment meer tussen gebeurtenis en verspreiding. Geen ruimte om te twijfelen: moet ik dit wel doen? Misschien is dat precies waar het schuurt. Alles gaat door. Altijd.
Vanuit de politiek worden nu ook vragen gesteld. Over de rol van de gemeente. Over contact met scholen. Over wat er concreet gebeurt om verspreiding tegen te gaan. En misschien nog wel belangrijker: over de vraag of we langzaam terechtkomen in een soort angstcultuur, waarin iedereen weet dat elk incident eindeloos kan blijven circuleren.
Misschien is het woord angstcultuur te groot. Maar misschien herkent u wel iets van de onderliggende zorg. Als alles gefilmd kan worden, verandert dat hoe je je gedraagt. Hoe veilig voel je je nog, als je weet dat een kwetsbaar moment morgen in tientallen groepsapps kan opduiken?
De vraag is dan: waar ligt de verantwoordelijkheid? Bij jongeren, die moeten leren wat wel en niet kan? Bij ouders, die moeten meekijken? Bij scholen, die regels stellen? Of toch ook bij de gemeente, die een bredere verantwoordelijkheid draagt voor een veilige omgeving. Dus misschien ook digitaal?
Een smartphoneverbod op school klinkt streng, misschien zelfs ouderwets. Maar tegelijk begrijp ik de behoefte aan begrenzing. Niet om jongeren iets af te pakken, maar om ze iets terug te geven: rust, focus, misschien zelfs een vorm van veiligheid. Hoeveel scholen in Rotterdam zijn daar al mee bezig? En speelt de gemeente daarin een actieve rol of wacht zij af?
En misschien dan toch maar straks het delen strafbaar stellen?