En dan lees je iets over een interne instructie over Scottish Fold-katten, een ras met die kenmerkende gevouwen oren, en het woord euthanasie dat daar onlosmakelijk aan werd gekoppeld. Wat bleef hangen, was vooral het beeld dat ontstond: katten die na een vaste termijn geen kans meer zouden krijgen, ongeacht hun gezondheid. Een hard beeld. Botst met hoe we naar dierenopvang kijken. Lijkt toch meer een plek waar juist ruimte is voor herstel en herplaatsing.
De reactie van het college is duidelijk. De instructie bleek een eerste versie en is inmiddels aangepast. Misschien nog belangrijker: euthanasie gebeurt niet automatisch, maar alleen na een individuele beoordeling door een commissie, en alleen bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Is iets wat de wet ook zou voorschrijven.
.
Scottish Fold-katten zijn gefokt op een eigenschap die direct samenhangt met gezondheidsproblemen. Pijnlijke gewrichten, bewegingsbeperkingen. Geen incident, maar structureel. Het houdverbod dat nu geldt, is daar een reactie op. Voelt misschien wel logisch: als we weten dat een dier lijdt door hoe het gefokt is, moeten we daar iets mee. Of niet? Maar dan blijft de vraag wat we doen met de dieren die er al zijn…
In Rotterdam zijn er volgens de cijfers twee van deze katten geëuthanaseerd, na beoordeling en volgens de regels. Het zijn kleine aantallen, maar ze maken de discussie concreet. Het gaat niet alleen over beleid, maar over individuele dieren en moeilijke afwegingen. Wat opvalt, is hoe snel dit onderwerp verschuift van feiten naar gevoel. Hoe nemen wij verantwoordelijkheid voor dieren die afhankelijk zijn van onze keuzes?
De gemeente zit hier in een tussenpositie. Geen directe handhaving, maar wel verantwoordelijk voor de opvang van zwerfdieren. Dat komt neer op het stellen van kaders, het voeren van gesprekken en het vertrouwen op hoe die in de praktijk worden uitgevoerd.
Maar wat verwachten we daar eigenlijk van? Moet een opvang altijd gericht zijn op een nieuwe kans, of hoort het maken van lastige keuzes daar ook bij?