Ik moet eerlijk zeggen: zelf heb ik er geen last. Mijn auto willen parkeren bij een P+R in Rotterdam, nadat ik op een app of bord heb gezien dat daar nog plekken zijn. En vervolgens toch rondjes rijden op een vol terrein.

Met de motie Parkeren in Rust wilde de gemeente het makkelijker maken: minder zoekverkeer, minder drukte in de wijk, meer overzicht voor automobilisten. Digitale informatie over beschikbare parkeerplekken moest daarbij helpen. Logisch idee. Bijna vanzelfsprekend, in een stad die steeds slimmer wil worden.

In praktijk is de werkelijkheid misschien toch iets weerbarstiger.

Bij P+R-locaties zoals Slinge en Kralingse Zoom zou het gaat regelmatig mis gaan. Online lijken er nog plekken vrij, terwijl de parkeerplaats in werkelijkheid al vol staat. Betekent dus extra rondjes, extra verkeer, en vooral irritatie. Precies datgene wat je met zo’n systeem probeert te voorkomen.

Opvallend in de beantwoording van de schriftelijke vragen, is het verschil in beleving. Bewoners geven aan dat het vaker misgaat; de emeente geeft aan geen signalen te hebben ontvangen over onjuiste informatie op de website. Wel zijn er problemen bekend met de digitale borden langs de weg.

Schuurt misschien een beetje.

Want als je als gebruiker geen onderscheid maakt tussen een website, een app of een bord langs de weg, en gewoon vertrouwt op “het systeem”, dan maakt het eigenlijk niet uit waar het misgaat. Voor jou klopt het gewoon niet.

De verklaring die volgt, is technisch. Misschien ook begrijpelijk. De informatie komt uit een hele keten: van detectielussen en slagbomen tot registratiesystemen en landelijke databanken. Op meerdere plekken kan iets haperen. Een storing hier, een vertraging daar, en de informatie loopt achter.

En dan nog het gedrag van gebruikers zelf. Mensen die zonder te betalen uitrijden, of te dicht op elkaar door de slagboom gaan. Klinkt als detail, maar het beïnvloedt wel de telling.

Als de informatie niet klopt, werkt het systeem niet zoals bedoeld.

Helder.

De oplossing zit nu vooral in controle achteraf. Wekelijks wordt gekeken of de cijfers kloppen met de werkelijkheid, en bij storingen wordt dat direct nagegaan. Maar real-time zekerheid bieden, blijft lastig. Zeker omdat afwijkingen vaak pas zichtbaar worden als iemand er al staat.

Roept de vraag op: hoe nauwkeurig moet zo’n systeem in Rotterdam eigenlijk zijn om echt te werken? Is “meestal goed” voldoende? Of verwachten we, misschien terecht, dat dit soort informatie gewoon klopt?