Is de rat niet het echte probleem?

Een advies van de Adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur, waardoor een vraag kantelt. Wat begint als een technische kwestie met de vraag “hoe doden we ratten zo diervriendelijk mogelijk? ” draait al snel richting de vraag : “waarom zitten we überhaupt in die situatie?”

Duidelijk is dat hier duss wordt teruggegaan naar de basis: preventie. Minder voedsel op straat, beter afvalbeheer, strengere handhaving. Geen nieuwe inzichten, maar maatregelen die blijkbaar nog onvoldoende werken. Heeft het rattenprobleem nu te maken met onwil, onmacht, of aan prioriteit?

“Wanneer zijn ratten nu echt een probleem zijn?” De commissie maakt onderscheid tussen feitelijke risico’s (gezondheid, schade) en beleving. Herkenbaar misschien, maar ook lastig. Want hoe maak je beleid op iets dat per buurt en per persoon kan verschillen?

De oproep om dat beter meetbaar te maken klinkt logisch, maar ik vraag me af of alles zich laat vangen in cijfers.

Pas later komt het antwoord op de oorspronkelijke vraag: elektrische vallen veroorzaken het minste dierenleed. Duidelijk, maar bijna bijzaak geworden. Alsof de echte winst eerder zit. Namelijk in voorkomen dat je überhaupt moet ingrijpen.