Het was ergens in december vorig jaar dat het bericht verscheen dat kinderen steeds later zindelijk worden. Waar peuters vroeger vaak rond hun tweede levensjaar zonder luier verder gingen, schuift dat moment nu steeds vaker op naar drie of zelfs vier jaar. Misschien een klein nieuwsfeitje, maar het zegt misschien wel iets over hoe we vandaag de dag leven.
In Rotterdam wordt het onderwerp inmiddels serieus genomen. Er is een aanpak gestart om jonge kinderen eerder zindelijk te krijgen, onder andere in Rotterdam-Zuid. De gemeente werkt daarvoor samen met kinderopvangorganisaties en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Voor 2026 is er ongeveer 130.000 euro voor gereserveerd. Pedagogisch medewerkers, consultatiebureaus en andere organisaties in de wijk spelen een rol bij het informeren en begeleiden van ouders.
Even terug naar de uitleg die erbij werd gegeven: ouders hebben het vaak druk. Daardoor begint het zindelijk maken van kinderen soms later. De kinderopvang krijgt dan vanzelf een grotere rol. Kinderen brengen daar immers veel tijd door, en pedagogisch medewerkers zijn dagelijks betrokken bij hun ontwikkeling.
Logisch misschien, maar er lijkt wel iets te verschuiven. Want wie aan zindelijkheidstraining denkt, ziet misschien eerder ouders voor zich die thuis met hun kroost aan de slag gaan. Signalen herkennen en met kleine stapjes en veel geduld vooruitgaan.
De gemeente Rotterdam zet daarom vooral in op ondersteuning. Het CJG bespreekt zindelijkheid al vroeg met ouders, bijvoorbeeld tijdens consulten en via voorlichting. Ook organisaties in de wijk worden betrokken, zodat informatie ouders beter bereikt, bijvoorbeeld via mensen met dezelfde taal of culturele achtergrond.
Misschien is dat wel de interessantste vraag achter dit nieuwsbericht. Niet alleen wanneer kinderen zindelijk worden, maar wat dat zegt over hoe het leven van ouders en kinderen in de stad verandert.