Die vraag kreeg ineens een heel concrete betekenis toen tijdens het Rotterdam Gala 37.000 euro werd geboden voor zo’n lunch.
Het geld ging naar een goed doel: zwemlessen voor Rotterdamse kinderen die anders niet zouden leren zwemmen.
Een prachtig doel, waar weinig tegenin te brengen is.
Toch ging de discussie al snel niet meer over zwemlessen, maar over toegang, invloed en gevoel.
De koper van de lunch bleek namelijk ook iemand met belangen bij gemeentelijk beleid.
Dat maakt het ongemakkelijk, ook al is er formeel niets verkeerd gedaan.
De burgemeester benadrukte dat iedereen mocht bieden en dat zij altijd onafhankelijk handelt.
Tegelijk erkende ze dat het veilen van zijn tijd vragen opriep over de waardigheid van het ambt en de schijn van ongelijkheid.
Die erkenning vind ik misschien wel het belangrijkste moment in dit verhaal.
Want politiek draait niet alleen om regels, maar ook om vertrouwen en beeldvorming.
Niet alles wat mag, voelt automatisch goed.
Daarom komt deze vorm niet terug, hoe belangrijk het goede doel ook is.
En misschien is dat precies de les: nabijheid van het bestuur moet voelbaar eerlijk blijven
Benieuwd naar de totale opbrengst van 2025?