Vorige week las ik het bericht van de Commissie Actuele Nederlandse Suïcideregistratie over de suïcidecijfers van 2025. Heftig om te beseffen: in Nederland verliezen we elke maand een klas jongeren aan suïcide.
Gemiddeld overlijden dagelijks vijf mensen door zelfdoding. En hoewel het totaal aantal suïcides licht daalt, stijgt het aantal onder jongeren. Dat is precies het soort ontwikkeling waarbij voorzichtig optimisme niet genoeg is. Het vraagt om versnelling.
Ook in Rotterdam wordt die urgentie al langer benoemd. Er is een motie aangenomen, schriftelijke vragenzijn gesteld, toezeggingen gedaan. De boodschap was duidelijk: suïcidepreventie moet structureel en integraal worden aangepakt. Inmiddels is het begin 2026 en is de wet die suïcidepreventie tot een gemeentelijke taak maakt, van kracht. Gemeenten krijgen tot 2027 om hun aanpak te ontwikkelen.
Wie naar de cijfers kijkt, ziet dat hulp vaak te laat komt. Wachttijden in de GGZ lopen op, zowel voor jongeren als volwassenen. Wie eindelijk om hulp vraagt, belandt vaak op een wachtlijst. De vraag is dus: wat gebeurt er nu, terwijl het grotere plan misschien nog in ontwikkeling is? Bouwen aan een integrale aanpak kost tijd, dus is het belangrijk om ook duidelijk te zijn over de korte termijn. Welke concrete stappen worden nú gezet, wat zijn de doelen en hoe wordt zichtbaar of ze effect hebben?