Selecteer een pagina

Van online fantasie naar werkelijkheid: als het ondenkbare ineens dichtbij komt

Soms lijken maatschappelijke ontwikkelingen zich ver van ons bed af te spelen. Je leest over een rechtszaak in Frankrijk, een onderzoek van een internationale nieuwszender of online netwerken waar mensen elkaar aanzetten tot geweld. Het zijn berichten die schokkend zijn, maar die ook een zekere afstand hebben. Totdat diezelfde thema’s ineens opduiken in een politieonderzoek dat deels vanuit Rotterdam wordt geleid.

Dat gevoel kreeg ik bij het recente onderzoek naar vermoedelijke drogeerverkrachtingen. De politie maakte bekend dat acht verdachten zijn geĆÆdentificeerd en dat vier mannen zijn aangehouden. Volgens de onderzoekers werden in besloten online groepen tips gedeeld over het drogeren van vrouwen, werden beelden van seksueel misbruik uitgewisseld en zijn mogelijk meerdere slachtoffers gemaakt.

Het onderzoek loopt nog, maar de impact is nu al groot. Niet alleen vanwege de ernst van de verdenkingen, maar ook omdat er volgens de politie slachtoffers in Rotterdam zijn.

Wat deze zaak bijzonder maakt, is dat zij aansluit bij zorgen die eerder al werden geuit over online netwerken waarin seksueel geweld niet alleen wordt besproken, maar ook wordt gefaciliteerd. Platformen waarop mannen elkaar adviseren over het gebruik van verdovende middelen, over het misbruik van vrouwen die buiten bewustzijn zijn en over het vastleggen en verspreiden van beelden.

Toen ik daar eerder over las, voelde het bijna onwerkelijk. Niet omdat het onmogelijk leek, maar omdat het zo haaks staat op hoe we naar onze samenleving willen kijken. Toch laten verschillende onderzoeken en rechtszaken zien dat dergelijke praktijken geen verzinsels zijn.

De zaak rond GisĆØle Pelicot in Frankrijk maakte dat op pijnlijke wijze zichtbaar. Wat jarenlang verborgen bleef achter een voordeur, bleek uiteindelijk onderdeel van structureel en georganiseerd misbruik. Die zaak zorgde internationaal voor veel discussie over vertrouwen, macht en de vraag waarom dergelijke situaties zo lang onzichtbaar kunnen blijven.

Juist daarom is het opvallend dat de discussie inmiddels ook in Rotterdam nadrukkelijk wordt gevoerd.

Eerder werden al schriftelijke vragen gesteld over online netwerken waarin seksueel geweld wordt aangemoedigd. Daarbij werd gevraagd naar signalering, preventie, bewustwording en nazorg. Hoe zichtbaar zijn dergelijke fenomenen eigenlijk? Welke signalen bereiken politie, hulpverleners en gemeenten? En zijn we voldoende voorbereid op slachtoffers die zich misschien niet eens realiseren dat zij slachtoffer zijn geworden? Het recente politieonderzoek maakt die vragen urgenter.

Wat mij vooral bezighoudt, is dat veel traditionele aannames over seksueel geweld hier niet vanzelfsprekend opgaan. We denken vaak aan slachtoffers die aangifte doen, hulp zoeken of op enig moment beseffen wat er is gebeurd. Maar wat als dat besef ontbreekt?

De politie benadrukt dat sommige slachtoffers mogelijk niet weten dat zij zijn gedrogeerd. Dat betekent dat mensen misschien jarenlang hebben geleefd zonder te weten dat hun grenzen zijn overschreden. Misschien waren er vermoedens. Misschien waren er onverklaarbare herinneringsgaten. Misschien helemaal niets.

Dat maakt deze zaak niet alleen een strafrechtelijke kwestie, maar ook een maatschappelijke uitdaging. Hoe bereik je iemand die geen hulp zoekt omdat diegene niet weet dat er hulp nodig is? Hoe organiseer je nazorg voor slachtoffers die pas tijdens een politieonderzoek ontdekken dat zij mogelijk slachtoffer zijn geweest? En hoe zorg je ervoor dat schaamte, twijfel of ongeloof geen extra barriĆØres vormen?

Het zijn vragen die verder gaan dan politieonderzoek alleen. Ze raken ook aan de rol van gemeenten, zorginstellingen, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Niet omdat zij verantwoordelijk zijn voor de misdrijven, maar omdat zij een rol spelen in bewustwording, signalering en ondersteuning.

Misschien is dat wel de belangrijkste les van deze ontwikkelingen. Dat veiligheid niet alleen gaat over wat zichtbaar gebeurt op straat, maar ook over wat zich afspeelt achter schermen, in besloten online groepen en soms zelfs binnen persoonlijke relaties. Jarenlang werd veel aandacht besteed aan fysieke veiligheid in de openbare ruimte. Terecht. Maar deze zaak laat zien dat kwetsbaarheid zich niet altijd bevindt op de plekken waar we haar verwachten.

Soms zit het gevaar niet buiten, maar dichtbij. In een vertrouwensrelatie. In een vriendengroep. Achter een voordeur. Of in een online gemeenschap die geweld normaliseert en aanmoedigt.

Het politieonderzoek zal moeten uitwijzen hoe groot deze zaak precies is en hoeveel slachtoffers er zijn. Maar ƩƩn conclusie lijkt nu al gerechtvaardigd: wat ooit klonk als een verontrustend verhaal uit het buitenland, blijkt geen ver-van-ons-bed-show.

Update: aanvullende vragen

Gezondheid begint niet in het ziekenhuis

Een baby wordt niet geboren met dezelfde kansen. Dat blijkt uit een groot onderzoek van het Erasmus MC onder ruim 1,1 miljoen moeder-kindparen, waarover de NOS onlangs berichtte. Kinderen die worden geboren in kwetsbare wijken hebben vaker te maken met vroeggeboorte, een laag geboortegewicht en zelfs een verhoogde kans op sterfte rond de geboorte.

De onderzoekers wijzen daarbij niet alleen naar sociaaleconomische verschillen. Ook de leefomgeving lijkt van invloed. Factoren als luchtvervuiling, geluidsoverlast, hittestress en de kwaliteit van woningen kunnen een rol spelen in de gezondheid van moeder en kind, nog voordat een baby is geboren.

Dat is een interessante constatering. We denken bij gezondheidsverschillen vaak aan toegang tot zorg, inkomen of leefstijl. Maar dit onderzoek laat zien dat ook de omgeving waarin mensen wonen mogelijk een belangrijke factor is. Gezondheid begint niet pas bij de verloskundige of in het ziekenhuis, maar wellicht al in de straat, de woning en de buurt.

De resultaten zijn inmiddels ook aanleiding voor politieke vragen in Rotterdam. Raadsleden willen weten hoe Rotterdamse wijken scoren ten opzichte van landelijke cijfers en welke rol omgevingsfactoren spelen. Ook vragen zij aandacht voor onderwerpen als luchtkwaliteit, geluidsoverlast, vocht- en schimmelproblemen in woningen en de samenwerking tussen gemeente, zorgverleners en onderzoekers.

Dat lijkt een logische stap. Als gezondheidsverschillen zich al vóór de geboorte aftekenen, dan vraagt dat om meer dan alleen goede zorg. Het vraagt ook om aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. De uitdaging is dan niet alleen hoe we gezondheidsproblemen behandelen, maar ook hoe we de omstandigheden verbeteren waarin een gezonde start mogelijk wordt.

Hoeveel verdienen bestuurders Rotterdamse cultuurinstellingen? Discussie loopt nog.

Transparantie over subsidies is een onderwerp in de Rotterdamse politiek, dat vaker terugkomt. Deze keer gaat het om culturele instellingen die jaarlijks bedragen aan publieke middelen ontvangen. De vraag die daarbij opduikt: hoeveel verdienen de bestuurders en toezichthouders van die organisaties eigenlijk?

Deze discussie werd vorig jaar opnieuw aangezwengeld door vanuit Leefbaar Rotterdam. Na eerdere schriftelijke vragen over de bezoldiging van bestuurders van culturele instellingen stelde hij in maart aanvullende vragen aan het college.

Hoewel sommige instellingen hun gegevens inmiddels openbaar hebben gemaakt, geldt dat nog niet voor alle culturele organisaties die subsidie ontvangen binnen het Rotterdamse Cultuurplan en onder de Wet normering topinkomens (WNT) vallen. Nu wil men vanuit Leefbaar Rotterdam graag inzicht in die cijfers, mede in aanloop naar het initatiefvoorstel om de salarissen van bestuurders van gesubsidieerde culturele instellingen verder te beperken.

Het college bevestigt nu dat de gegevens over de bezoldiging van bestuurders en leden van raden van toezicht onderdeel zijn van de subsidieverantwoording die instellingen bij de gemeente indienen. Niet alle verantwoordingen zijn echter al ontvangen. De verantwoordelijkheid voor openbaarmaking ligt bovendien niet bij de gemeente, maar bij de instellingen zelf. Op basis van de WNT moeten deze gegevens uiterlijk op 1 juli van het jaar na afloop van het kalenderjaar openbaar toegankelijk zijn en vervolgens zeven jaar beschikbaar blijven. Dat betekent dat de bezoldigingsgegevens over 2025 uiterlijk op 1 juli 2026 openbaar moeten zijn.

Interessant is dat het college nu wel een stap verder lijkt te gaan dan eerder. Zodra alle gegevens openbaar zijn, wil het een overzicht maken van de salarissen en vergoedingen van de betreffende instellingen en dat aan de gemeenteraad sturen. Daarmee lijkt een belangrijk deel van de discussie voorlopig beslecht. De raad krijgt alsnog het gevraagde overzicht, zij het pas nadat de instellingen zelf aan hun wettelijke openbaarmakingsplicht hebben voldaan.

Toch gaat de discussie over meer dan alleen een lijst met salarissen. Op de achtergrond speelt een principiƫle vraag die vaker terugkomt wanneer publieke subsidies worden verstrekt. Hoe ver mag de overheid gaan in het stellen van voorwaarden aan organisaties die subsidie ontvangen? En hoort daar ook een maximale beloning voor bestuurders bij die lager ligt dan de landelijke WNT-norm?

Voorstanders wijzen erop dat belastinggeld zorgvuldig besteed moet worden en dat publieke instellingen daarin een voorbeeldfunctie hebben. Tegenstanders waarschuwen juist dat te strenge salarisnormen het moeilijker kunnen maken om ervaren bestuurders aan te trekken.

Voorlopig lijkt de volgende stap helder. Op 1 juli moeten de gegevens openbaar zijn. Daarna zal blijken hoe de beloningen binnen de Rotterdamse culturele sector zich daadwerkelijk verhouden tot de maatschappelijke en politieke discussie die er inmiddels over is ontstaan.

Weet u hoe welke instellingen subsidie hebben ontvangen? Zie paragraaf 4.4.

Minder herrie op straat. Rotterdam test geluidscamera’s.

Geluidscamera’s moeten in Rotterdam voor meer rust gaan zorgen. Benieuwd of dat gaat lukken. De stad gaat in ieder geval een poging doen om de overlast op de Meent aan te pakken.

Wie daar wel eens komt, zal de klachten waarschijnlijk herkennen. Auto’s die hard optrekken, motoren met knallende uitlaten en bestuurders die vinden dat hun aanwezigheid vooral hoorbaar moet zijn. Vooral op drukke en zonnige dagen kan het geluid behoorlijk overheersen. Bewoners en ondernemers klagen al een tijdje.

Rotterdam start daarom als eerste stad van Nederland een proef met geluidscamera’s. Daarbij werkt de gemeente samen met het Openbaar Ministerie. Het idee is dat camera’s en microfoons voertuigen kunnen herkennen die buitensporig veel lawaai maken. Op termijn zou dat zelfs kunnen leiden tot boetes.

Volgens omwonenden gaat het vaak niet om normaal verkeersgeluid, maar om bewust gedrag. Extra gas geven, hard optrekken en onnodig toeteren zorgen ervoor dat gesprekken op terrassen soms nauwelijks te volgen zijn. Ondernemers op de Meent zeggen dat bezoekers daar last van hebben en zich soms zelfs minder prettig voelen op straat.

De techniek achter de proef is opvallend. Een combinatie van camera’s en tientallen microfoons moet nauwkeurig kunnen bepalen waar geluid vandaan komt. Wanneer een voertuig boven een bepaalde geluidsgrens uitkomt, wordt vastgelegd welk voertuig waarschijnlijk de veroorzaker is. Volgens de gemeente is de techniek inmiddels ver genoeg ontwikkeld om dat betrouwbaar te doen.

Voorlopig gaat het nog om een experiment. Eerst moet duidelijk worden hoe goed het systeem werkt en hoe eventuele handhaving eruit kan zien. Pas daarna kan worden besloten of er daadwerkelijk geautomatiseerd beboet gaat worden. Daarbij wordt gesproken over boetes tot 320 euro.

Interessant dat wordt geprobeerd een relatief nieuwe vorm van overlast aan te pakken. Snelheidsovertredingen zijn zichtbaar en meetbaar, maar geluidsoverlast bevindt zich vaak meer in een grijs gebied. De ƩƩn ervaart het als stadsleven, de ander als voortdurende hinder.

Of de geluidscamera’s straks echt voor meer rust zorgen, zal moeten blijken. Maar dat Rotterdam zoekt naar manieren om de leefbaarheid op drukke plekken te verbeteren, is goed te begrijpen.

Achtergebleven draadjes

Stringfoot wordt het dus genoemd; ik had er zelf niet eerder van gehoord.

Toch blijkt het een probleem te zijn dat veel vaker voorkomt dan je zou denken. Vooral bij duiven. Een stukje draad, vislijn of touw dat verstrikt raakt rond een pootje. Vervolgens trekt het steeds strakker aan. De bloedsomloop wordt afgekneld, ontstekingen ontstaan en uiteindelijk kunnen tenen of zelfs complete poten verloren gaan. Beelden hier.

Volgens de Partij voor de Dieren bleef na de markt op het Noordplein na.afloop niet alleen de gebruikelijke rommel achter, maar ook grote hoeveelheden textieldraa en stofresten. Zelfs nadat het plein later werd schoongemaakt, zouden er nog veel draadjes zijn achtergebleven.

Een paar draadjes op straat die voor vogels een serieus probleem vormen. Ze worden meegenomen naar nesten of raken verstrikt rond poten. Wat voor mensen nauwelijks zichtbaar afval is, kan voor dieren behoorlijke schade betekenen.

De schriftelijke vragen die de Partij voor de Dieren hierover aan het stadsbestuur heeft gesteld, gaan daarom niet alleen over schoonmaken. Ze raken aan een bredere vraag: wanneer is een evenement eigenlijk echt schoon achtergelaten?

Wie wel eens langs een markt loopt nadat de kramen zijn verdwenen, weet dat “schoon” verschillende betekenissen kan hebben. Grote stukken karton verdwijnen meestal snel. Een verloren plastic zak valt direct op. Maar duizenden kleine draadjes tussen de straatstenen? Die zie je pas als je er specifiek naar zoekt.

De Partij voor de Dieren vraagt zich daarom af of de huidige schoonmaaknormen nog wel voldoende zijn. Een interessante vraag, omdat die verder gaat dan alleen markten. Rotterdam organiseert jaarlijks honderden evenementen. Daarbij wordt gekeken naar geluidsoverlast, verkeersdrukte en duurzaamheid. Maar de impact van kleine afvalstromen krijgt zal misschien ook aandacht nodig hebben.

Funderingslabel: welke gevolgen voor huizenbezitters Rotterdam?

Hoe zit het met het funderingslabel van uw huis? Het funderingslabel is sinds 1 april 2026 iets dat wordt meegenomen in het taxatierapport en loopt van label A tot en met E. Zoals u misschien wel zult begrijpen ook iets dat van belang kan zijn, wanneer u op de woningmarkt wil (ver)kopen.

Waar energielabels inmiddels normaal zijn geworden, verschijnt nu dus ook het funderingslabel in het koopproces van woningen. Vooral in Rotterdam is dat relevant. Veel oudere huizen zijn niet onderheid of gebouwd op houten palen en lopen daardoor risico op verzakkingen en funderingsschade. Problemen die uiteindelijk tienduizenden euro’s kunnen kosten.

Dat funderingen meer aandacht krijgen, voelt logisch. Kopers en verkopers moeten weten waar ze aan toe zijn. Toch lijken de nieuwe labels ook voor onzekerheid te zorgen.

De Rotterdamse fractie van D66 heeft hierover vragen gesteld aan het college. Volgens signalen uit de stad krijgen woningen in risicogebieden of huizen met houten funderingen regelmatig direct een D- of E-label, zelfs wanneer eerder funderingsonderzoek een minder zorgelijk beeld laat zien.

En dat heeft gevolgen. Banken gebruiken deze taxatierapporten bij hypotheekaanvragen. Een slecht funderingslabel kan betekenen dat een woning moeilijker financierbaar wordt of dat aanvullende voorwaarden worden gesteld. Vooral bij appartementen en VvE’s kan dat ingewikkeld zijn, omdat funderingsherstel afhankelijk is van meerdere eigenaren.

De discussie gaat daardoor inmiddels over meer dan alleen techniek. Wat gebeurt er met woningen in buurten waar funderingsrisico’s vaker voorkomen? Worden starters straks nog wel geholpen aan een hypotheek? En hoe betrouwbaar is zo’n label eigenlijk als het vooral gebaseerd lijkt op een eerste risico-inschatting?

Interessant is ook de vraag hoe toegankelijk funderingsinformatie eigenlijk is. Veel bewoners weten pas iets over hun fundering wanneer er schade ontstaat of een woning verkocht wordt. Mogelijk zorgt deze nieuwe systematiek ervoor dat funderingen eerder onderwerp van gesprek worden. Heeft u wel eens gehoord bijvoorbeeld van het funderingsloket?

Als funderingsherstel steeds urgenter wordt, hoe maak je dat financieel haalbaar? Kan herstel bijvoorbeeld gekoppeld worden aan verduurzaming of woningverbetering? En welke rol kunnen banken, gemeenten en het Rijk daarin spelen? Hoe is de informatievoorziening bijvoorbeeld?

De discussie over funderingslabels laat zien hoe een technisch onderwerp ineens grote invloed kan krijgen op de woningmarkt. Want wat jarenlang letterlijk onder de grond bleef, wordt nu steeds zichtbaarder aan de oppervlakte.

Geen nieuwe parkeerapp voor Rotterdam

Leefbaar Rotterdam wilde de discussie over een nieuwe parkeerapp in Rotterdam aan gaan zwengelen. Aanleiding was de aangekondigde prijsverhoging van EasyPark verkeer, waardoor parkeren voor veel mensen opnieuw wat duurder voelt.

Parkeren is de afgelopen jaren ongemerkt veranderd is. Vroeger was het simpel: automaat, muntjes, klaar. Nu loopt het vaak via apps, servicekosten en extra functies waar je vaak niet eens bewust voor kiest. Even snel een boodschap doen betekent tegenwoordig eerst je telefoon erbij pakken.

In de raadsvragen haalt Leefbaar daarom de oude Pay010-app aan: een Rotterdamse parkeerapp zonder transactiekosten of gedoe. Die app verdween uiteindelijk doordat parkeren steeds meer landelijk werd georganiseerd via het Servicehuis Parkeren en Verblijven, een samenwerking van inmiddels ruim honderd gemeenten. Volgens het college is een nieuwe Rotterdamse app echter niet nodig. Er zijn immers nog parkeerautomaten Ʃn apps zonder extra kosten beschikbaar. En in de praktijk gebruiken de meeste mensen gewoon de app die het makkelijkst werkt.

Dagelijkse stadsdiensten zijn inmiddels toch wel afhankelijk geworden van commerciĆ«le platforms. En als zo’n app duurder wordt of hapert, merk je pas hoeveel vanzelfsprekende dingen tegenwoordig via digitale systemen lopen. Dat bleek ook uit de klachten over de Rotterdam Bezoekers Parkeren-app, die volgens de gemeente vooral op drukke momenten problemen kende. Inmiddels zou die app wel verbeterd zijn.

Wat zegt de Consumentenbond eigenlijk over parkeerapps?

Start hardloopevenement naast Laurenskerk; Binnenrotte Rotterdam plek van discussie

Volgende week zondag (31 mei) verzamelen hardlopers zich op de Binnenrotte. Tijdstip 09.00 uur ’s morgens. Terwijl deelnemers zich dan voorbereiden op de start van de Rotte Dam Loop,zal er muziek klinken vanaf een podium naast de Laurenskerk. Binnen in de kerk begint op datzelfde moment een eredienst.

Voor ChristenUnie Rotterdam is dat reden om schriftelijke vragen te stellen aan het college. De partij noemt het ā€œonbegrijpelijkā€ dat er vergunning is verleend voor versterkte muziek direct naast de kerk tijdens een zondagochtenddienst. Het is niet de eerste keer dat hierover discussie ontstaat. Eerder leidde ook de KLM Urban Trail volgens de ChristenUnie tot verstoring van diensten in de Laurenskerk. Toen beloofde het college verbetering, maar nu dreigt volgens de partij opnieuw dezelfde situatie.

De ChristenUnie verwijst daarbij naar de Zondagswet (afschaffing mislukt) , die moet voorkomen dat godsdienstoefeningen onnodig worden gehinderd door lawaai. De partij wil onder meer weten hoe het college hiermee rekening heeft gehouden bij de vergunningverlening en of er overleg is geweest met de Laurenskerk. Daarnaast vraagt de ChristenUnie of het college bereid is om voortaan geen podia met versterkte muziek toe te staan bij kerken op zondagochtend.

De discussie raakt aan een bredere vraag die vaker terugkomt in Rotterdam: hoe deel je de openbare ruimte met elkaar? De Binnenrotte is uitgegroeid tot een plek voor evenementen, sport en ontmoeting, maar tegelijkertijd is de Laurenskerk al eeuwenlang een plek van rust en samenkomst. Op zulke momenten wordt zichtbaar hoe dicht verschillende werelden in de stad naast elkaar bestaan. Hardlopers, bezoekers en kerkgangers gebruiken dezelfde ruimte, maar zitten dan niet op hetzelfde ritme.

En nu?

Ik wil benadrukken dat de persoonlijke verhoudingen tussen de onderhandelaars gedurende het gehele proces goed zijn gebleven. Alle betrokken partijen hebben zich oprecht ingezet voor Rotterdam en hebben in goede sfeer aan een akkoord gewerkt. Dat
verdient veel waardering. De afgelopen weken is er hard gewerkt. Dat werk is niet voor niets geweest.

Dus de vraag: hoe nu verder?

Kleine gewoonte die blijft liggen

Ziet u mensen in Rotterdam wel eens peuken op straat gooien?

Als u er op gaat letten, ziet u het ongetwijfeld heel vaak zien gebeuren. Voor de ingang van een winkel, bij een tram- of buhalte. Gebeurt vaak achteloos, zonder erbij stil te staan. De sigaret is op, de hand beweegt omlaag, en daar ligt weer zo’n klein filtertje dat nauwelijks opvalt tussen al het andere. En misschien is dat precies het probleem. Het is klein. Te klein om echt te storen, lijkt het. Tot je bedenkt hoeveel het er zijn.

Aanleiding om er weer bij stil te staan is berichtgeving van onder meer NOS. Gemeenten geven daarin aan dat ze willen dat de tabaksindustrie meebetaalt aan het opruimen van sigarettenpeuken. Want die peuken zijn niet onschuldig. Ze bevatten plastic en schadelijke stoffen, en vormen daarmee een structurele bron van vervuiling in de openbare ruimte.

Klinkt logisch: de vervuiler betaalt. Maar wie is de vervuiler eigenlijk? De producent van de sigaret, of de gebruiker die hem op straat gooit?

In de stad zie je vooral dat laatste. Het moment waarop iemand besluit: dit kan hier wel. Of misschien beter gezegd: het moment waarop iemand er helemaal niet over nadenkt. Want het voelt niet als een grote handeling. Geen volle vuilniszak die je naast de container zet, maar iets kleins, vluchtigs.

Toch stapelen die kleine handelingen zich op. In de stoep, in de goot, uiteindelijk in het water. En ondertussen ruimt de gemeente het op. Met mensen, machines en dus geld. Hoeveel precies? Dat is nu ook een vraag die politiek wordt gesteld.

Dit onderwerp hangt ergens tussen gedrag en systeem. Aan de ene kant is het een kwestie van doen of laten. Je gooit die peuk wel of niet op straat. Aan de andere kant is het ook iets wat we blijkbaar zijn gaan accepteren. Alsof het erbij hoort. Is dat dan nog een bewust handeling? Of is het gewoon een routine geworden.

De gemeente probeert daar al langer invloed op uit te oefenen. Met campagnes, met afvalbakken, soms met handhaving. Maar hoe effectief is dat? Zie je echt minder peuken, of verplaatst het probleem zich vooral?

Het idee om de tabaksindustrie financieel verantwoordelijk te maken, past in een bredere ontwikkeling. Producenten die niet alleen verantwoordelijk zijn voor wat ze maken, maar ook voor wat er daarna mee gebeurt. Dat klinkt logisch, maar het is geen wondermiddel. Het zal het gedrag op straat niet automatisch gaan veranderen.

Incidenten die blijven rondgaan: over smartphones en veiligeheid op scholen

Hoe kijkt u naar de berichten over incidenten op scholen, zoals begin deze maand op het Emmaus en Libanon College? Schokkend om te lezen, maar niet alleen vanwege wat er gebeurt, maar ook vanwege wat er daarna gebeurt. Of beter gezegd: wat sommige mensen ermee doen.

Want nog voordat de rust is teruggekeerd, circuleren de beelden al. Op telefoons, in groepsapps, op sociale media. Vastgelegd door leerlingen zelf, gedeeld door leeftijdsgenoten. Alsof de gebeurtenis pas echt bestaat als hij bekeken kan worden.

Het leed voor slachtoffers en nabestaanden is groot en nauwelijks te bevatten. En dan komt daar nog een extra laag overheen: de wetenschap dat het moment keer op keer wordt afgespeeld, gedeeld, becommentarieerd. Een gebeurtenis is een digitaal object geworden dat keer op keer blijft rondzingen.

Scholen proberen daar grip op te krijgen. Terecht. Volgens berichten in onder meer De Telegraaf en Algemeen Dagblad hebben scholen ouders opgeroepen om telefoons van hun kinderen te controleren en beelden te verwijderen. Dat voelt misschien ergens ongemakkelijk: controleren. Maar het is ook begrijpelijk. Want waar ligt de grens tussen vertrouwen en verantwoordelijkheid?

De smartphone speelt een sleutelrol. Het apparaat is op zichzelf iniet slecht, maar het maakt alles tegelijk wel mogelijk. Filmen, delen, reageren; zonder vertraging. Er zit geen moment meer tussen gebeurtenis en verspreiding. Geen ruimte om te twijfelen: moet ik dit wel doen? Misschien is dat precies waar het schuurt. Alles gaat door. Altijd.

Vanuit de politiek worden nu ook vragen gesteld. Over de rol van de gemeente. Over contact met scholen. Over wat er concreet gebeurt om verspreiding tegen te gaan. En misschien nog wel belangrijker: over de vraag of we langzaam terechtkomen in een soort angstcultuur, waarin iedereen weet dat elk incident eindeloos kan blijven circuleren.

Misschien is het woord angstcultuur te groot. Maar misschien herkent u wel iets van de onderliggende zorg. Als alles gefilmd kan worden, verandert dat hoe je je gedraagt. Hoe veilig voel je je nog, als je weet dat een kwetsbaar moment morgen in tientallen groepsapps kan opduiken?

De vraag is dan: waar ligt de verantwoordelijkheid? Bij jongeren, die moeten leren wat wel en niet kan? Bij ouders, die moeten meekijken? Bij scholen, die regels stellen? Of toch ook bij de gemeente, die een bredere verantwoordelijkheid draagt voor een veilige omgeving. Dus misschien ook digitaal?

Een smartphoneverbod op school klinkt streng, misschien zelfs ouderwets. Maar tegelijk begrijp ik de behoefte aan begrenzing. Niet om jongeren iets af te pakken, maar om ze iets terug te geven: rust, focus, misschien zelfs een vorm van veiligheid. Hoeveel scholen in Rotterdam zijn daar al mee bezig? En speelt de gemeente daarin een actieve rol of wacht zij af?

En misschien dan toch maar straks het delen strafbaar stellen?

Hoe ver reikt de zorg voor dieren?

En dan lees je iets over een interne instructie over Scottish Fold-katten, een ras met die kenmerkende gevouwen oren, en het woord euthanasie dat daar onlosmakelijk aan werd gekoppeld. Wat bleef hangen, was vooral het beeld dat ontstond: katten die na een vaste termijn geen kans meer zouden krijgen, ongeacht hun gezondheid. Een hard beeld. Botst met hoe we naar dierenopvang kijken. Lijkt toch meer een plek waar juist ruimte is voor herstel en herplaatsing.

De reactie van het college is duidelijk. De instructie bleek een eerste versie en is inmiddels aangepast. Misschien nog belangrijker: euthanasie gebeurt niet automatisch, maar alleen na een individuele beoordeling door een commissie, en alleen bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Is iets wat de wet ook zou voorschrijven.

.

Scottish Fold-katten zijn gefokt op een eigenschap die direct samenhangt met gezondheidsproblemen. Pijnlijke gewrichten, bewegingsbeperkingen. Geen incident, maar structureel. Het houdverbod dat nu geldt, is daar een reactie op. Voelt misschien wel logisch: als we weten dat een dier lijdt door hoe het gefokt is, moeten we daar iets mee. Of niet? Maar dan blijft de vraag wat we doen met de dieren die er al zijn…

In Rotterdam zijn er volgens de cijfers twee van deze katten geƫuthanaseerd, na beoordeling en volgens de regels. Het zijn kleine aantallen, maar ze maken de discussie concreet. Het gaat niet alleen over beleid, maar over individuele dieren en moeilijke afwegingen. Wat opvalt, is hoe snel dit onderwerp verschuift van feiten naar gevoel. Hoe nemen wij verantwoordelijkheid voor dieren die afhankelijk zijn van onze keuzes?

De gemeente zit hier in een tussenpositie. Geen directe handhaving, maar wel verantwoordelijk voor de opvang van zwerfdieren. Dat komt neer op het stellen van kaders, het voeren van gesprekken en het vertrouwen op hoe die in de praktijk worden uitgevoerd.

Maar wat verwachten we daar eigenlijk van? Moet een opvang altijd gericht zijn op een nieuwe kans, of hoort het maken van lastige keuzes daar ook bij?

Naar de wc gaan: vanzelfsprekend of niet?

Kleine kans dat u weet hoeveel Rotterdamerse openbare toiletten geschikt zijn voor mensen die afhankelijk zijn van een tillift. Ik wist het in ieder geval niet. Tot ik de beantwoording van raadsvragen las. Het antwoord is simpel: nul. Alleen bij Diergaarde Blijdorp is er een semi-publieke optie.

De aanleiding is het verhaal van Sana Ebrahimin, die in een rolstoel zit en in de stad gewoon naar de wc wil kunnen. Maar iets simpels blijkt in de praktijk ingewikkeld.

Rotterdam heeft zo’n 188 openbare toiletten. Ongeveer 50 daarvan zijn rolstoeltoegankelijk. Dat lijkt redelijk, tot je bedenkt dat ā€œtoegankelijkā€ niet automatisch betekent dat ze bruikbaar zijn voor iedereen. Zonder tillift vallen er alsnog mensen buiten.

Het probleem wordt door de gemeente erkend, maar nog vooral wordt onderzocht. Er loopt een verkenning, beleid moet nog worden aangepast. Concrete plannen of budget om op korte termijn iets te verbeteren, zijn er niet. Hoe lang blijft iets een verkenning, terwijl het voor sommige Rotterdammers dagelijkse realiteit is? Hoe vrij is een stad als je bezoek eraan afhangt van de vraag of je ergens naar de wc kunt?

Het is niet zo dat er niets is. Er zijn voorzieningen, er wordt samengewerkt met organisaties als 010Toegankelijk. Maar het voelt nog niet als een systeem dat echt klopt. Wat denkt u?

Rotterdam hoeft hiphop niet uit te vinden, maar wel te blijven voeden

Ik lees over plannen in Amsterdam voor een groot HipHopcentrum en voel nieuwsgierigheid. Amsterdam wil aan iets aan bouwen , maar dat Rotterdam is toch ook een hip hop stad?

Wij hebben toch ook initatieven, maar misschien verspreid door de stad. In jongerencentra, kleine studio’s, op pleinen, in danszalen en tijdens open mics. Van artiesten als Winne tot collectieven die misschien minder zichtbaar zijn, maar wel elke dag bouwen aan die cultuur. Rotterdam heeft geen gebrek aan initiatieven en evenementen. Voorbeelden nodig? Hier, hier, maar ook hier.

Je moet weten waar je moet zijn. De ene plek bruist, terwijl een paar straten verder iets stilvalt. Het gebeurt, maar niet altijd samen. De vragen vanuit de gemeenteraad raken daar een interessant punt. Niet: moeten wij ook zo’n centrum bouwen? Maar: hoe zorgen we dat wat er al is, sterker verbonden raakt?

Mooie opgave. Niet het optuigen van iets nieuws, maar het zichtbaar maken en ondersteunen van wat er al groeit. Wijkhubs, makers, podia; ze zijn er. Alleen nog niet altijd als ƩƩn geheel. Rotterdam heeft de energie. De mensen ook. Misschien is het nu vooral een kwestie van durven investeren in samenhang, zonder de rauwheid kwijt te raken die hiphop hier juist zo eigen maakt.

PS… kent u het danshuis al?

Bewonersparticipatie Rotterdam: de rol van ondernemers?

Interessant artikel op Gebiedsontwikkeling.nu over bewonersparticipatie in kwetsbare wijken, met wat voorbeelden uit Rotterdam. In een wijk als Feijenoord blijkt hoe lastig het is om bewoners structureel te betrekken bij plannen voor de stad.
Niet uit onwil, maar omdat dagelijkse zorgen vaak voorrang hebben op meedenken over de lange termijn. Daardoor haken mensen af. Zeker als eerdere trajecten weinig zichtbaar resultaat opleverden.


Het vertrouwen in de gemeente staat daardoor onder druk, terwijl participatie juist steeds belangrijker wordt gevonden.
Opvallend is de rol die vaak over het hoofd wordt gezien: die van de lokale ondernemer. Juist in Rotterdamse wijken staan zij midden in de praktijk van alledag. Staan zij in contact met beleid en ontwikkeling. Ze kunnen plannen vertalen naar concrete acties die bewoners direct ervaren. Voorbeelden laten zien dat zo sneller zichtbare verbeteringen ontstaan, van werkplekken tot lokale initiatieven.


De les? Begin klein, maak het tastbaar in de wijk, en bouw van daaruit aan vertrouwen en betrokkenheid.

Rotterdam: tot hoe ver gaat dat?

Soms denk ik dat ik precies weet waar Gezien in 010 over gaat. Totdat ik mezelf de simpele vraag stel: wat bedoel ik eigenlijk met Rotterdam? En dan blijkt het antwoord minder vanzelfsprekend dan het lijkt.

In het dagelijks schrijven vertrek ik bijna automatisch vanuit de stad zoals ik die beleef. Straten, wijken en plekken waar ik kom of in ieder geval snel zou kunnen komen. Daardoor ontstaan ook observaties waar dit blog op drijft. Klein, concreet, dichtbij. Gericht op de stad Rotterdam.

Maar zodra ik het probeer af te bakenen, schuift dat beeld op. Bestuurlijk gezien is Rotterdam natuurlijk veel groter. Dan horen Hoek van Holland, Hoogvliet, Pernis en Rozenburg er gewoon bij. Net als grote delen van de haven. Op papier is dat ƩƩn geheel.

Toch voelt het niet als ƩƩn geheel.

Niet omdat die plekken er niet toe doen, maar omdat ze simpelweg een andere afstand hebben. In kilometers, maar ook in beleving. Ander ritme. Andere schaal. Waar de stad zich bijna vanzelf laat observeren, vraagt de haven bijvoorbeeld om verdere uitleg, context, soms zelfs specialistische kennis. Schuurt wel een beetje met hoe we willen schrijven: toegankelijk, vanuit wat Rotterdammers makkelijk kunnen zien en ervaren. Situaties waarin ze zich sneller herkennen. In hun omgeving kunnen ervaren.

Tegelijkertijd kan ik het ook niet loslaten. De haven Ć­s Rotterdam, net zo goed als de binnenstad dat is. En ook de randen van de gemeente vertellen iets over hoe de stad werkt, groeit en verandert. Het zou gek zijn om dat buiten te sluiten alleen omdat het minder vertrouwd voelt.

Formeel is Rotterdam dus groter, maar wanneer voelt het als een echt Rotterdams verhaal?

De haven is dus zoiets, maar hoe zit het dan om de snelwegen die om de stad liggen? Misschien herkent u zich daar wel sneller in, als u de auto toch gebruikt om de stad uit te komen.

Over de nieuwe A16 vonden we een mooi artikel op Architectenweb. Want natuurlijk is het voor sommige Rotterdammers gewoon een stuk asfalt. Maar voor ontwerpers doemt de vraag op: hoe geef je zoiets een eigen identiteit?

Extra: hoe ziet het dak van de Fenix er eigenlijk uit van bovenaf?

Tommy Tomato vraagt faillisement aan: wat betekent dit voor Rotterdamse scholen?

Negenennegentig procent van je investeerders zien afhaken na het nemen van ƩƩn beslissing? Dat overkwam de eigenaar van de schoollunch aanbieder Tommy Tomato, bleek uit dit item van BNR. Het bleek een voorbode van nog slechter nieuws. Begin april bleek Tommy Tomato namelijk failliet verklaard.

Het bedrijf had een missie. Alle kinderen groente-eters maken voor het leven. En naast gezonde gratis groente maaltijden op scholen, experimenteerden ze ook een gezonde snackmuur op een Rotterdamse school. Maar nu het faillisement is uitgesproken, komen de vragen.

Had Rotterdam hier nog een rol in kunnen spelen? En wat betekent dit voor Rotterdamse scholen? Hebben we een alternatief?

Lokaal voedsel in Rotterdam: wie maakt de ambitie waar?

Vandaag kwam ik terecht op de site van de Rotterdamse Voedselraad. Ik had er nog nooit van gehoord, maar in november 2025 werd afgetrapt met een bijeenkomst waarbij 70 Rotterdammers zich in willen zetten voor gezond en eerlijk voedsel in de stad. Wie mee wil gaan denken over hoe je gezond eten bereikbaarder maakt voor Rotterdammers en tegelijk een eerlijk systeem voor boeren en makers creƫert moet vooral hier eens kijken.

Een partij die zich ook inzette om lokaal, eerlijk en duurzaam voedsel dichter bij de stad te brengen ging recent na 10 jaar failliet: Rechtstreex.

Is iets dat wel jammer is volgens het college. Maar tegelijk wordt benadrukt dat het om een private onderneming gaat. Toch raakt het direct aan de ambities van de stad op het gebied van duurzaamheid en korte voedselketens. Zonder dit soort initiatieven blijven die ambities vooral papier.

De gemeente zegt het belang van lokale voedselketens te erkennen en zet daar ook op in via beleid en samenwerkingen. Tegelijk is er weinig zicht op wat er nu gebeurt met het netwerk dat Rechtstreex achterlaat.Wel is er bereidheid om met partners te kijken wat behouden kan blijven. En dat is nodig. Want een duurzaam voedselsysteem bouw je niet alleen op : je moet het ook overeind houden.

Benieuwd of initiatieven als Rotterdam de Boer op, Het Nieuwe Nassen Inkoperscollectief (ook hier) straks het gat kunnen opvangen dat Rechtstreex achter heeft gelaten.

Ureum-formaldehydeschuim gebruik in Rotterdam: liever niet.

Het is een mooi woord voor een potje scrabble: ureum-formaldehydeschuim; beter bekend als UF-schuim. Maar het is vooral iets wat je liever niet in je woning aantreft.

Na onderzoek van Zembla naar mogelijke gezondheidsklachten, blijkt nu ook in Capelle aan den IJssel dat honderden woningen mogelijk met dit isolatiemateriaal zijn behandeld. De GGD adviseert daar nieuwe metingen en de gemeente heeft het gebruik voorlopig ontraden en subsidie is tijdelijk stopgezet.

De vraag komt daarmee snel dichterbij: hoe zit dat in Rotterdam?

Leefbaar Rotterdam wil duidelijkheid. Heeft het college in beeld waar dit schuim is gebruikt? Zijn er klachten bekend? En is de luchtkwaliteit in deze woningen ooit gemeten?

Uiteindelijk blijft ƩƩn vraag hangen: zit het misschien ook in uw huis?

Verkenner heeft gesproken

De gemeenteraadsverkiezingen liggen alweer wat weken achter ons. En nadat bekend werd dat GroenLinks met de zege aan de haal ging in Rotterdam, werd het tijd voor de verkenner om te kijken wie met wie door ƩƩn deur kan.

Uit de gesprekken van de verkenner komt een duidelijk beeld naar voren: de wooncrisis is de grootste prioriteit volgens de partijen in Rotterdam, met brede steun voor sneller en meer bouwen.

Daarnaast is er veel aandacht voor een langetermijnvisie op economie en haven, evenals mobiliteit, vergroening en veiligheid – al verschillen daarbij wel de accenten tussen handhaving en preventie.Ook bestaanszekerheid, armoedebestrijding en betaalbare zorg worden als urgent gezien, mede door stijgende kosten. Tot slot wordt de daklozenproblematiek genoemd als iets dat snel aangepakt moet worden.

En het advies van de verkenner om deze problemen aan te pakken?

GroenLinks-PvdA, D66, VVD en DENK…

Wordt vervolgd…

DJ gear als doelwit: reeks inbraken in Rotterdam

Wat lezen we nu: verschillende inbraken bij Rotterdamse uitgaansgelegenheden. De buit? DJ-apparatuur.

Niet ƩƩn incident, maar om een reeks. Onder andere Export, Club Uniek, Biergarten en Reverse zouden zijn getroffen. Veel schade natuurlijk en gesuggereerd wordt dat het om dezelfde dader zou gaan.

De vragen die hierover in de raad zijn gesteld, zijn dan ook vrij rechttoe rechtaan. Is dit patroon bekend? Hoeveel meldingen zijn er? En misschien wel de belangrijkste: wordt er actief op gehandeld? Vermoedelijk zal dat wel gebeuren, als er aangifte is gedaan.

Stel dat het inderdaad om een reeks gaat, met mogelijk dezelfde dader. Dan wordt de vraag interessanter: waar komt zoiets vandaan? Is het opportunisme, iemand die precies weet waar waarde ligt en waar die relatief makkelijk te halen is? Of zit er meer organisatie achter? En in hoeverre kan, en moet, een stad als Rotterdam daar iets mee, als het uiteindelijk ook gewoon om opsporing gaat?

Van Hormuz tot de pomp: wat gaat er voor Rotterdammers veranderen

De prijzen stijgen. Misschien niets geks voor u gevolg, maar dit keer liigt de oorzaak bij een conflict dat zich ver buiten Europa afspeelt. De spanningen rond de Straat van Hormuz, een cruciale route voor olie, zetten de energievoorziening onder druk. En dat werkt direct door in brandstofprijzen. Wat daar gebeurt, vertaalt zich hier aan de pomp.

Het laat zien hoe afhankelijk we nog steeds zijn van mondiale routes en politieke verhoudingen. Oorlog of dreiging daarvan blijft zelden lokaal. We merken het nu dan ook in de prijs die we moeten betalen.

Tegen die achtergrond roept de Europese Unie lidstaten op om het brandstofverbruik terug te dringen. Niet alleen als duurzaamheidsdoel, maar als voorzorgsmaatregel. Minder afhankelijkheid betekent minder kwetsbaarheid. Dat kan leiden tot nationale maatregelen, maar heeft ook gevolgen voor steden.

In Rotterdam vertaalt die oproep zich voorlopig vooral in vragen. Wat doet de gemeente al om brandstof te besparen? Hoe wordt er binnen de eigen organisatie omgegaan met mobiliteit en logistiek? En misschien nog belangrijker: hoe worden inwoners meegenomen in die beweging?

Daar zit een duidelijke zorg onder. Want stijgende prijzen raken niet iedereen gelijk. Voor sommige huishoudens is zuiniger omgaan met brandstof geen keuze, maar noodzaak. De vraag is dus niet alleen hoe je verbruik vermindert, maar hoe je voorkomt dat de gevolgen ongelijk neerslaan.

Daarnaast wordt vooruitgekeken naar mogelijke maatregelen. IdeeĆ«n zoals het beperken van autoverkeer op bepaalde dagen worden genoemd, net als het versneld autoluw maken van drukke straten. Scenario’s die een paar jaar geleden nog vooral bij klimaatbeleid hoorden, krijgen nu ook een geopolitieke lading.

En zo wordt een verre crisis iets wat Rotterdammers niet alleen in het nieuws volgen, maar ook dagelijks in hun portemonnee merken.

Kwaliteiten maken kwetsbaar

Ik hoorde een fragment op de radio 1. Een fragment waarin Rotterdam werd genoemd als ā€œideale Europese stadā€ voor de inzet van een tactisch kernwapen. Niet als provocatie gebracht, maar als een ogenschijnlijk nuchtere analyse, gebaseerd op de open structuur, de omvang van de haven en de strategische ligging. Zegt iets over de manier waarop er naar de stad wordt gekeken. Rotterdam als logistiek knooppunt. Als iets wat functioneert binnen een groter geheel en daarmee ook kwetsbaar wordt.

Die redenering is op zichzelf niet nieuw. De eigenschappen die Rotterdam economisch sterk maken zoals bereikbaarheid, schaal en internationale verbindingen zijn dezelfde die in militaire of geopolitieke analyses terugkomen. Alleen verschuift het perspectief. Van kans naar risico.

En misschien is dat precies het ongemak: kwaliteiten die de stad vooruit helpen, kunnen haar in een ander verhaal ineens kwetsbaar maken.

Contracten vs kansen. Een plek die vooralsnog leeg blijft.

Eind november 2025 verscheen een artikel in het AD over een mislukte overname van A La Plancha op het Noordereiland. Een verhaal over constructies waarbij een tussenhuurconstructie uiteindelijk bepaalt wat wel of niet kan. In dit verhaal zou een gokbaas het pand pand huren en weer doorverhuren. En daarmee ook voorwaarden stellen Bijvoorbeeld over omzet of de aanwezigheid van gokautomaten. En de toekomstige huurder zag dat niet zitten. Geeft toch wat minder vrijheid.

Corporaties geven aan dat ze van dit soort constructies af willen. Het is een oude praktijk die langzaam verdwijnt. Maar ā€œlangzaamā€ betekent dat het nog steeds voorkomt, juist in wijken waar de stad inzet op verbetering en ontmoeting. Aan de ene kant wil de gemeente minder afhankelijkheid van gokautomaten en meer ruimte voor diverse horeca. Aan de andere kant zijn er bestaande contracten waar nauwelijks op te sturen is. Privaatrechtelijk, dus lastig in te grijpen.

In dit geval leidde dit tot een vastgelopen overname. Gesprekken met de wethouder en bemiddeling door de corporatie mochten niet baten. Het contract bleef leidend. Dus blijft een plek die bedoeld is voor ontmoeting voorlopig leeg, terwijl er beleidsmatig best ruimte is voor tijdelijke of nieuwe invullingen.

Hoeveel plannen stranden op afspraken achter de schermen: Want uiteindelijk bepaalt dat wat wij buiten ervaren: een levendige plek of een gesloten deur.

Tussen ‘groen’ idee en grijze realiteit

Gaan we dus niet doen in Rotterdam; de containertuintjes van CityGard plaatsen rondom vuilcontainers. Klinkt bijna stellig, alsof het idee al bij voorbaat kansloos was. Wie echter de beantwoording, van de door D66 gestelde vragen, leest, ziet iets anders: een stad die het wel geprobeerd heeft.

Eind 2025 werden de vragen gesteld. Niet onterecht. Iedereen die wel eens langs een wijkcontainer in Rotterdam loopt, herkent het beeld: dozen ernaast, zakken die open scheuren, losse troep die zich langzaam verspreidt over de stoep. In Rotterdam misschien gewoon een patroon. En zwerfaval tast meer aan dan alleen het straatbeeld. Het knaagt aan hoe we onze buurt ervaren, maar ook aan het idee dat we verantwoordelijk zijn voor de ruimte buiten onze voordeur.

De gedachte achter die containertuintjes is eigenlijk heel logisch. Als je de plek rondom een container groener, zachter en verzorgder maakt, verandert misschien ook het gedrag. Mensen gooien minder snel iets naast iets dat zichtbaar aandacht heeft gekregen.

Stel u zich het zelf maar eens voor. Een rij containers, niet langer grijs, maar omringd door groen. Een kleine ingreep die de toon zet. Niet door regels of boetes, maar door uitstraling.

En toch zegt de gemeente tegen dit sympathieke idee: we doen het niet.

In eerdere proeven, met kunstgras, bloemen, zelfs echte planten, bleek dat mensen de omgeving vaak als prettiger en schoner ervaarden. Is toch een winst. Maar wel een winst die tijdelijk bleek. Na verloop van tijd keerde het oude gedrag terug. Soms zelfs terwijl de planten er nog gewoon stonden.

Blijkbaar is gedrag hardnekkiger dan we hopen. Je kunt de omgeving veranderen, maar dat betekent niet automatisch dat mensen mee veranderen.

En er is dan nog iets praktisch. Die tuintjes moeten onderhouden worden. Ze verouderen, raken beschadigd, worden minder aantrekkelijk. En als je ze verplaatst, verliezen ze opnieuw hun kwaliteit.

Dus kiest de gemeente voor iets anders. Sneller opruimen, gerichte teams die bijplaatsingen verwijderen, bewoners informeren. En inzetten op betrokkenheid van bewoners zelf, via containeradoptie of initiatieven waarbij mensen samen hun straat schoonhouden.

Dat laatste blijft hangen. Want uiteindelijk schuift de vraag steeds weer terug naar ons. Niet: hoe maken we containers mooier? Maar: waarom zetten we er überhaupt iets naast?

Antwoord mogelijk hier…

Ik moet eerlijk zeggen: zelf heb ik er geen last. Mijn auto willen parkeren bij een P+R in Rotterdam, nadat ik op een app of bord heb gezien dat daar nog plekken zijn. En vervolgens toch rondjes rijden op een vol terrein.

Met de motie Parkeren in Rust wilde de gemeente het makkelijker maken: minder zoekverkeer, minder drukte in de wijk, meer overzicht voor automobilisten. Digitale informatie over beschikbare parkeerplekken moest daarbij helpen. Logisch idee. Bijna vanzelfsprekend, in een stad die steeds slimmer wil worden.

In praktijk is de werkelijkheid misschien toch iets weerbarstiger.

Bij P+R-locaties zoals Slinge en Kralingse Zoom zou het gaat regelmatig mis gaan. Online lijken er nog plekken vrij, terwijl de parkeerplaats in werkelijkheid al vol staat. Betekent dus extra rondjes, extra verkeer, en vooral irritatie. Precies datgene wat je met zo’n systeem probeert te voorkomen.

Opvallend in de beantwoording van de schriftelijke vragen, is het verschil in beleving. Bewoners geven aan dat het vaker misgaat; de emeente geeft aan geen signalen te hebben ontvangen over onjuiste informatie op de website. Wel zijn er problemen bekend met de digitale borden langs de weg.

Schuurt misschien een beetje.

Want als je als gebruiker geen onderscheid maakt tussen een website, een app of een bord langs de weg, en gewoon vertrouwt op ā€œhet systeem”, dan maakt het eigenlijk niet uit waar het misgaat. Voor jou klopt het gewoon niet.

De verklaring die volgt, is technisch. Misschien ook begrijpelijk. De informatie komt uit een hele keten: van detectielussen en slagbomen tot registratiesystemen en landelijke databanken. Op meerdere plekken kan iets haperen. Een storing hier, een vertraging daar, en de informatie loopt achter.

En dan nog het gedrag van gebruikers zelf. Mensen die zonder te betalen uitrijden, of te dicht op elkaar door de slagboom gaan. Klinkt als detail, maar het beĆÆnvloedt wel de telling.

Als de informatie niet klopt, werkt het systeem niet zoals bedoeld.

Helder.

De oplossing zit nu vooral in controle achteraf. Wekelijks wordt gekeken of de cijfers kloppen met de werkelijkheid, en bij storingen wordt dat direct nagegaan. Maar real-time zekerheid bieden, blijft lastig. Zeker omdat afwijkingen vaak pas zichtbaar worden als iemand er al staat.

Roept de vraag op: hoe nauwkeurig moet zo’n systeem in Rotterdam eigenlijk zijn om echt te werken? Is ā€œmeestal goedā€ voldoende? Of verwachten we, misschien terecht, dat dit soort informatie gewoon klopt?

Onduidelijkheid zorgvoorziening Overschie

Kick zorggroep geeft begeleiding en ondersteuning bij het wonen, werken en leven aan mensen met een verstandelijke beperking en of een psychiatrische achtergrond. Daarin zoeken wij steeds de verbinding met uw eigen kracht en mogelijkheden, zodat u zo zelfstandig mogelijk kunt (blijven) leven, de regie over je eigenleven (terug) krijgt en deel kan nemen aan de maatschappij. 

Vage omschrijving? Of toch niet? Wie iets verder op de website van Kick Zorggroep rondneust ziet ook de vraag “Voor wie de Kick Zorggroep bedoeld is“, beantwoord worden. En wat lezen we daar bijna onderaan: Jong(volwassenen) vanuit de forensische zorg. Maar weet u wat ‘forensische zorg’ inhoudt? Nu wel

In Overschie komt een woonvoorziening voor elf jongeren en jongvolwassenen, met 24-uurs begeleiding.. Aan de West-Sidelinge. Zorg die je ziet ontstaan midden in de wijk, tussen het dagelijks leven door. Maar hier schuurt het, als je de schriftelijke vragen leest. Niet alleen door wat er mogelijk komt, maar vooral door hoe dat bekend is geworden.

Sinds wanneer wist het college hiervan? Gaat het hier inderdaad (deels) om forensische zorg? En misschien wel de belangrijkste: om wat voor jongeren gaat het concreet? Met welke achtergrond, met welke problematiek?

Wat het ingewikkeld maakt, is dat de gemeente zelf mogelijk geen directe rol heeft in de plaatsing van deze jongeren. Als dat klopt, zoals wordt gesuggereerd, ontstaat er een soort grijs gebied. De voorziening landt wƩl in een woonwijk, maar zonder dat de gemeente volledig aan de knoppen zit. En dan wordt het interessant: hoe verhoudt dat zich tot de verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid?

Roept ook praktische vragen op. Is er een vergunning nodig voor zo’n woonvoorziening? Zo ja, op basis waarvan is die verleend? En als die niet nodig is, vinden we dat dan eigenlijk wenselijk? Dat soort plekken zich kunnen vestigen zonder expliciete afweging op wijkniveau?

Wat mij opvalt in de raadsvragen, is dat het niet alleen gaat over deze ene locatie, maar over het systeem erachter. Is er zicht op de zwaarte van de problematiek? Is er een risicoanalyse gemaakt? Wie houdt toezicht? En misschien nog belangrijker: wat kan de gemeente doen als het misgaat?

Vragen die je waarschijnlijk vooraf beantwoord wilt hebben, niet achteraf.

En dan is er nog de communicatie. Misschien wel het meest tastbare onderdeel voor bewoners. De brief die is gestuurd, wordt als onvoldoende ervaren. Te algemeen, te weinig concreet. En misschien moesten de mensen in Overschie wel zelf gaan uitzoeken dat er mogelijk sprake is van forensische zorg.

Vanuit Leefbaar Rotterdam en de VVD worden dan ook vragen gesteld: zijn bewoners wel op tijd en volledig meegenomen? En welke eisen stelt de gemeente eigenlijk aan zorgaanbieders als het gaat om transparantie?

Hoe zorgen we ervoor dat zorg een plek krijgt in de stad, zonder dat het vertrouwen van bewoners onderweg verdwijnt?

Benieuwd naar de antwoorden!

Ruimte voor afscheid in Rotterdam

Laat alles in een stad zich regelen? Bijvoorbeeld de manier hoe we afscheid nemen van elkaar? Dat gebeurt op manieren die diep geworteld zijn in wie we zijn: in cultuur, in gemeenschap, in rituelen die je niet zomaar aanpast.

In hoeverre is die ruimte er in Rotterdam?

Een Kaapverdiaanse uitvaartonderneming geeft aan dat het steeds moeilijker wordt om een passende plek te vinden. Niet zomaar een zaal, maar een ruimte waar afscheid samen gebeurt. Waar mensen blijven, samenkomen, rituelen volgen die tijd vragen.

Dat schuurt met hoe veel uitvaartplekken zijn ingericht. Groter, strakker, vaak onderdeel van commerciƫle organisaties. Functioneel, goed georganiseerd, maar niet per se afgestemd op elke gemeenschap.

En dan wordt juist dat rouwmoment ook nog een praktische worsteling.

Het gaat hier niet alleen over vierkante meters of bestemmingsplannen. Het gaat over de vraag wie zich herkend voelt in de voorzieningen die er zijn. Of je je welkom voelt op een plek waar je afscheid neemt. Of je het gevoel hebt dat jouw manier van rouwen er mag zijn. Zonder dat je die eerst moet aanpassen.

Ruimte wordt schaarser, functies scherper afgebakend. Wat niet direct in een hokje past, verdwijnt makkelijker uit beeld. Cultureel-maatschappelijke voorzieningen vallen daar vaker tussenin, zeker als ze draaien op gemeenschappen die niet altijd luid aanwezig zijn in het publieke debat.

De vragen die nu aan het gemeentebestuur worden gesteld, gaan over beleid, vastgoed en ondersteuning. Logisch. Maar daaronder ligt iets wat moeilijker te organiseren is: erkenning. Want wat betekent het als je als stad zegt dat diversiteit belangrijk is, maar die diversiteit niet altijd een plek kan krijgen op het moment dat het ertoe doet?

Afscheid nemen laat zich niet standaardiseren.


De vraag is of de stad ruimte maakt voor wat daarvan afwijkt.

Meer lezen? Dit artikel over Kaapverdianen die begraven worden in Crooswijk of dit interview op Open Rotterdam met Carla.

Medische ingreep zonder medische reden

In Zweden is een tijdje geleden een verbod ingesteld op maagdenvliesoperaties en maagdelijkheidstesten. Artsen die deze ingrepen toch uitvoeren, riskeren daar een gevangenisstraf. Het is een duidelijke lijn: sommige medische handelingen zijn niet alleen onnodig, maar ook onwenselijk.

Ik vroeg me af hoe dat hier zit. Niet omdat het onderwerp vaak zichtbaar is in het straatbeeld of in het dagelijks gesprek, maar juist omdat het zo weinig aan de oppervlakte komt. Het speelt zich af achter deuren, in spreekkamers, in gesprekken die waarschijnlijk niet snel gedeeld worden.

In Rotterdam blijkt het aantal klinieken dat dit soort operaties uitvoert niet eens bekend te zijn. Sterker nog, volgens het college zijn ze er niet. De medische beroepsgroep in Nederland heeft al eerder uitgesproken dat deze ingrepen in principe niet meer worden uitgevoerd. Ze worden gezien als medisch onnodig, wetenschappelijk onjuist en zelfs schadelijk. Alleen in uitzonderlijke situaties zou er nog van afgeweken worden. Wat uitzonderlijke situaties zijn? Bijvoorbeeld als de veiligheid van de vrouw in het geding is.

De vraag naar dit soort operaties komt niet voort uit medische noodzaak, maar uit sociale druk. Uit ideeĆ«n over eer, over verwachtingen, over wat ā€œhoortā€. IdeeĆ«n die, zoals onderzoek laat zien, lang niet altijd kloppen. Zo bloedt een aanzienlijk deel van de vrouwen niet bij een eerste keer seks, ondanks dat dit in sommige kringen nog steeds als bewijs wordt gezien.

De gemeente geeft aan geen signalen te hebben ontvangen. Niet van hulpinstanties, niet van jongeren zelf. Geen meldingen bij wijkteams, het Centrum voor Jeugd en Gezin of Veilig Thuis. Het blijft stil.

Maar betekent dat dat het er niet is? Of betekent het dat het moeilijk bespreekbaar is?

Zweden kiest voor een wettelijk verbod en trekt daarmee een duidelijke grens. In Nederland ligt die grens anders. Hier is het niet strafbaar, maar wordt het ontmoedigd vanuit de medische wereld. De overheid volgt die lijn en zet vooral in op bewustwording. Interessant verschil. Kies je voor een harde norm, of voor een zachtere benadering via gesprek en informatie?

Onderzoek hymenreconstructies in Nederland hier.

Snel scannen of toch nog even kijken?

Heeft u wel eens getwijfeld aan de echtheid van QR codes wanneer u zo’n code bij een parkeerautomaat in Rotterdam aantreft?

Aanleiding voor bovenstaande vraag is de beantwoording van de schriftelijke vragen die zijn gesteld, als gevolg van het bericht van enige tijd geleden dat in Den Haag valse QR-codes zijn aangetroffen op parkeerautomaten en laadpalen. Stickers die over de echte codes heen zijn geplakt en gebruikers naar een nepwebsite leiden, waar om bankgegevens wordt gevraagd. Klein van opzet, maar potentieel groot in impact. Uit het bericht blijkt dat het geen nieuw fenomeen is. Stickers bleken eerder in Rotterdam te zijn opgedoken.

De gemeente Rotterdam heeft aangegeven op de hoogte te zijn. Er is een waarschuwing geplaatst op de website en medewerkers verwijderen verdachte stickers waar ze die tegenkomen. Opvallend : vooralsnog geen slachtoffers bekend zijn. Geen meldingen, geen bezwaren, geen signalen van financiƫle schade.

Stelt ergens gerust, maar het roept ook vragen op. Want het probleem zit misschien niet alleen in de schade die er (nog) niet is, maar in hoe makkelijk dit soort trucs inspelen op ons gedrag. Scannen van QR codes is routine geworden. We denken er niet meer over na.

Tegelijk verandert die routine. Inmiddels verloopt het grootste deel van de parkeerbetalingen via apps. De automaat zelf raakt op de achtergrond. Misschien verkleint dat het risico, of verplaatst het het probleem naar een andere plek.

Een sticker die deze vorm van fraude mogelijk maakt. Een kleine ingreep. Meer niet. En toch genoeg om voortaan misschien even te twijfelen aan iets wat we normaal blind vertrouwen. Belangrijkste les? Misschien dat een paar seconden extra aandacht geen overbodige luxe zijn. Maar hoe vanzelfsprekend blijft die alertheid, als alles om ons heen juist sneller en makkelijker moet?

Rotterdam: tussen sfeer en sanitair

Heeft u wel eens het gevoel gehad dat er te weinig toiletten beschikbaar waren toen u een Rotterdams evenement bezocht?

Het gebrek aan toiletten lijkt een klein ongemak, maar werkt verrassend snel door. Wachtrijen, mensen die afhaken of alternatieven zoeken, en uiteindelijk overlast in de openbare ruimte. Wat een dag vol gezelligheid zou moeten zijn, krijgt dan toch een rafelrand.

Dit soort basisvoorzieningen zullen zeker een vast onderdeel zijn van de organisatie. Wanneer het goed wordt geregeld is veel winst te behalen. Niet alleen voor het comfort van bezoekers, maar ook voor de leefbaarheid van de stad zelf.

De vragen die hierover nu worden gesteld gaan nu in op het tekort van sanitaire voorzieningen bij evenementen. In hoeverre sturen we eigenlijk op dit soort praktische zaken? Is het iets wat we overlaten aan organisatoren, of ligt hier ook een duidelijke rol voor de gemeente? En misschien nog belangrijker: wanneer grijpen we in als blijkt dat het niet voldoende is?

#evennaarhettoilet

Tussen herstel en herinnering: hoe kijken we naar de stad?

Artikeltje op de site van NEMO Kennislink. Ik moest eerlijk gezegd even opzoeken wat dat precies is. Het blijkt het online platform van het NEMO Science Museum in Amsterdam, waar wetenschap wordt vertaald naar toegankelijke verhalen voor een breed publiek. Geen droge rapporten, maar duiding: wat betekenen ontwikkelingen eigenlijk in de praktijk?

Dit stuk gaat over Rotterdam, en hoe de stad zich beweegt tussen verval en herstel. Een verhaal dat niet begint bij vooruitgang, maar juist bij een periode waarin het flink misging. Problemen waren niet abstract of statistisch, maar zichtbaar op straat. Dat lijkt dan ook een belangrijke motor te zijn geweest voor verandering.

De kracht van het artikel zit hem voor mij niet in het verleden zelf, maar in hoe het die periode verbindt met nu. Herstel blijkt geen eindpunt. Eerder een fase. Iets wat onderhoud vraagt. Vandaag gaat misschien goed, maar morgen kan het weer onder druk komen te staan.

Het schuurt vaak met hoe we naar steden kijken. Alsof er een soort lijn omhoog loopt: van slecht naar goed, van probleem naar oplossing. Maar hier voelt het eerder als een beweging die kan terugveren. Niet vanzelf, maar als gevolg van gemaakte keuzes. Of keuzes die juist niet gemaakt zijn.

De rol van zichtbaarheid is interessant. Problemen die zich op straat manifesteren, dwingen tot reactie. Maar wat gebeurt er als diezelfde problemen minder zichtbaar zijn? Worden ze dan kleiner, of alleen minder voelbaar?

In het artikel wordt gesuggereerd dat de combinatie van ingrijpen Ʃn investeren het verschil maakte. Niet alleen handhaven, maar ook werken aan zorg en perspectief. Klinkt logisch, maar blijkt in de praktijk vaak een spanningsveld. Zeker in het huidige debat: snelle oplossingen lijken soms aantrekkelijker dan langdurige trajecten.

Misschien is de vraag dan ook niet of het goed gaat met de stad, maar hoe we kijken. Zien we alleen wat er nu is, of herkennen we ook de patronen van eerder?

Bijzonderheden tijdens het stemmen

Bezwaar: Persoon wilde met 2 personen in een stemhok. Mevrouw gaf aan dat dit de vorige keer wel mocht als begeleider. Ze vond het niet fijn dat dit niet gelijk kon. . Ze gaat een klacht indienen. Reactie stembureau: Aangegeven dat dit niet kan vanwege stemgeheim. Ze wilde haar dochter begeleiden en heeft een hesje gekregen, alleen
voor het helpen met het stembiljet. Dochter heeft uiteindelijk wel gestemd
.

Divers: mensen die er niet uitkwamen en hulp wilden. Meegenomen naar de grote posterbiljetten en daar uitleg gegeven, maar ze hebben zelfstandig gestemd.

12.50 uur; 3 honden mochten niet naar binnen, alleen hulphonden toegestaan

21.00 uur; stemmer bang dat door losse rode potloden fraude zou zijn tijdens stemmen, gezegd dat alles opgeruimd moest zijn tijdens tellen en dat ik extra goed zou opletten dat niemand potloden zou hebben. Voorzitter

Zomaar wat bijzonderheden in Rotterdam tijdens de wijkraadverkiezingen.

Hoe zit het met de uitslag?

Blijft ‘het water’ stromen?

De Seljalandsfoss is een waterval in Ijsland; 65 meter hoog en de enige waterval in Ijsland die ’s nachts verlicht schijnt te zijn. Zelf nooit in het echt gezien, maar de beelden zijn mooi. Nooit geweten dat deze waterval de inspiratiebron is geweest van het kunstwerk dat vlakbij Schouwburgplein te vinden is: Calypso Falls.

Om dat kunstwerk is wat te doen lazen we in het AD. Een kunstwerk dat tijdelijk van aard zou zijn, maar toch uitgroeit tot iets van betekenis. En na zoveel jaren botst dat dan ineens op beheer, regels en onderhoud. De VvE die het gebouw wil opknappen en bewoners en initatiefnemers die het kunstwerk als toeristische trekpleister zien en zouden willen behouden.

Wat vindt u?

WNT register: hoe openbaar moeten salarissen zijn?

Kent u het WNT-register van het Ministerie van BZK (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)? WNT staat voor Wet Normering Topinkomens. Is een openbaar overzicht waarin je een behoorlijk aantal instellingen kunt terugvinden, waarvan de bestuurders een maximaal bedrag mogen verdienen, dat ongeveer gelijk is aan een ministersalaris.

U kunt zelf even spitten in het register en zien welke instellingen uit Rotterdam hier staan vermeld. Vanuit de de raad zijn weer wat vragen gesteld om een volledig overzicht te geven van wat bestuurders en toezichthouders bij 17 gesubsidieerde culturele instellingen verdienen. Wordt vervolgd?

Is de rat niet het echte probleem?

Een advies van de Adviescommissie Dierenwelzijn en Stadsnatuur, waardoor een vraag kantelt. Wat begint als een technische kwestie met de vraag “hoe doden we ratten zo diervriendelijk mogelijk? ” draait al snel richting de vraag : “waarom zitten we überhaupt in die situatie?”

Duidelijk is dat hier duss wordt teruggegaan naar de basis: preventie. Minder voedsel op straat, beter afvalbeheer, strengere handhaving. Geen nieuwe inzichten, maar maatregelen die blijkbaar nog onvoldoende werken. Heeft het rattenprobleem nu te maken met onwil, onmacht, of aan prioriteit?

“Wanneer zijn ratten nu echt een probleem zijn?” De commissie maakt onderscheid tussen feitelijke risico’s (gezondheid, schade) en beleving. Herkenbaar misschien, maar ook lastig. Want hoe maak je beleid op iets dat per buurt en per persoon kan verschillen?

De oproep om dat beter meetbaar te maken klinkt logisch, maar ik vraag me af of alles zich laat vangen in cijfers.

Pas later komt het antwoord op de oorspronkelijke vraag: elektrische vallen veroorzaken het minste dierenleed. Duidelijk, maar bijna bijzaak geworden. Alsof de echte winst eerder zit. Namelijk in voorkomen dat je überhaupt moet ingrijpen.

Lichamen om te bewaren

Een beeldje ergens in uw woonkamer. Klein genoeg om in ƩƩn hand te passen, maar groot genoeg om iets wezenlijks vast te houden. Ik las het verhaal in de Havenloods over een Rotterdamse kunstenares die zwangere lichamen vastlegt in 3D. Niet als perfecte plaatjes, maar als tastbare herinneringen aan een periode die alles verandert.

Zwangerschap wordt vaak beschreven in grote woorden. Bijzonder, intens, kwetsbaar. Ik kan mij voorstellen dat het tegelijk moeilijk is om dat gevoel vast te houden. Het lichaam verandert. Misschien wel sneller dan het hoofd kan bijbenen. En in een tijd waarin beelden ons voortdurend spiegelen aan hoe het ā€œzou moetenā€, lijkt er weinig ruimte voor het rauwe, het echte.

Ergens in Delfshaven ontstaan ze: kleine beeldjes van vrouwenlichamen. Elk beeldje is anders en heeft een eigen houding. Lichamen hebben namelijk geen standaardvorm. Zet ook gelijk aan het denken: wanneer zijn we gaan geloven dat een lichaam pas mooi is als het aan bepaalde voorwaarden voldoet? Zwangerschap is misschien wel een mooi moment waarop die gedachte wat begint te verschuiven. Juist dan laat het menselijk lichaam zien dat het zich niet laat sturen of optimaliseren.

Wat leggen we eigenlijk allemaal vast, en waarom, en hoe? Foto’s en video’s maken we tegenwoordig zo makkelijk en massaal met onze mobiele telefoons. Maar hoe vaak kijken we daar echt naar terug? Een beeldje is toch anders. Dat wordt gecreĆ«erd en staat straks heel bewust in onze woonkamer. Het staat er. Op een plank, tussen andere dingen, onderdeel van het dagelijks leven.

Iets tastbaars maken van een fase die tijdelijk is. Mooie gedachte. Misschien is het juist die zichtbaarheid die ervoor zorgt dat een herinnering blijft leven. En dat we af en toe even stilstaan bij wat ons lichaam allemaal kan.

Rotterdam Architectuurprijs 2026

Elk jaar wordt in Rotterdam stil gestaan bij de nieuwe bouwwerken die de stad rijker is geworden. De afgelopen jaren zijn al heel wat bouwwerken genomineerd waaruit een aantal winnaars tevoorschijn kwam. Ook voor editie 2026 worden de nodige inzendingen verwacht. Wie is uw favoriet?

Rotterdam stemt vandaag. Of niet?

Vandaag kunnen Rotterdammers kiezen. De keuze is reuze, dus mocht u door de bomen het bos niet meer kunnen zien, is het misschien een idee om een van de stemwijzers te raadplegen. Deze werkt echter niet.

Het is belangrijk om uw stem te gebruiken en in Rotterdam kunt u vandaag zelfs twee keer stemmen. Niet alleen die voor de gemeenteraad, maar ook voor de wijkraad. U kunt vandaag alles blijven volgen, want Rotterdam heeft dus ook een liveblog. Net als Rijmond. Open Rotterdam nog niet, maar kan nog komen.

U kunt natuurlijk zeggen dat stemmen geen nut heeft. Of dat politiek u niet interesseert. Of heeft u andere redenen. Maar ga gewoon naar een stembureau vandaag! Het kan beter dan in 2022.

Update: Liveblog Open Rotterdam ook online.

Succes met stemmen.

Update: opkomstpercentage hier live te volgen. Ziet eruit alsof Rotterdam nog meer er aan moet gaan trekken om dat percentage omhoog te gaan krijgen.

Update: stembussen gesloten om 21.00u. Tellen maar.

Brede Welkaart: ook moties Rotterdam geanalyseerd

Taalmodellen die moties van gemeenteraadsleden analyseren laten zien waar gemeenten in Nederland zich in de praktijk mee bezighouden. Op basis van die analyse hebben onderzoekers de Brede Welkaart gemaakt: een interactieve kaart die zichtbaar maakt welke onderwerpen lokaal politieke aandacht krijgen. Dus ook de politiek in Rotterdam.

Het CBS kent de Monitor Brede Welvaart, maar onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam ontwikkelden deze nieuwe kaart samen met de TU Delft en de provincie Zuid-Holland. Ze gebruikten AI om meer dan 113.000 moties uit ruim 300 gemeenten te analyseren. Moties zijn voorstellen van raadsleden over zaken waar de gemeente iets mee zou moeten doen.

Door al die teksten te vergelijken, kon het systeem herkennen welke onderwerpen steeds terugkomen. Uiteindelijk werden 192 thema’s teruggebracht tot 14 grotere onderwerpen, zoals betaalbaar wonen, armoede, energietransitie, leefomgeving en toegankelijkheid.

Het idee achter de Brede Welkaart? Van onderaf kijken wat belangrijk wordt gevonden. Dus niet vooraf bepalen welke cijfers tellen. Op die manier wilden de onderzoekers ontdekken wat gemeenteraadsleden daadwerkelijk bespreken en voorstellen.

Leverde ook een paar verrassingen op. Wonen en armoede blijken in veel gemeenten veel aandacht te krijgen, terwijl asiel en opvang maar in ongeveer 3 procent van de moties voorkomt. Opvallend, omdat dat onderwerp landelijk vaak veel politieke aandacht krijgt.

De kaart laat ook zien dat prioriteiten per regio kunnen verschillen. Energietransitie krijgt bijvoorbeeld in sommige delen van het land meer aandacht dan elders.

De Brede Welkaart kan helpen om beter te begrijpen wat er lokaal speelt. Handig voor beleidsmakers en onderzoekers, maar ook voor inwoners die willen zien welke onderwerpen in hun gemeente op de agenda staan. Verkeersveiligheid bijvoorbeeld. Burgersparticipatie. Of armoedebestrijding. Ook handig misschien: Stemlokaal, een experimentele stemhulp. Wel zo handig misschien met de komende gemeenteraadsverkiezingen voor de deur.

Fatbikes in Rotterdam: van verkeersergernis naar veiligheidsvraagstuk

U komt ze regelmatig tegen: fatbikes in het Rotterdamse verkeer. Soms haalt het rijgedrag van sommige fatbikebestuurders misschien het bloed onder uw nagels vandaag, maar het fenomeen zelf is inmiddels een vast onderdeel van het straatbeeld geworden.

Op het fietspad, bij een kruispunt zoeven ze voorbij: brede banden, vaak geruisloos. Soms met twee jongeren op ƩƩn zadel. De reacties erop zijn inmiddels voorspelbaar. Er wordt gemopperd over snelheid, over gevaarlijke situaties. Over jongeren die zich weinig aantrekken van verkeersregels. Begrijpelijk die irritatie soms.

Die fatbike is natuurlijk het gevolg van een bredere ontwikkeling in hoe mensen zich door de stad bewegen. Elektrische mobiliteit is niet meer weg te denken. E-bikes, elektrische steps , auto’s en scooters: de manier waarop we afstanden afleggen verandert, De fatbike is daar simpelweg een zichtbare, en misschien wat opvallende, soms irriterende variant van.

Nu komt de fatbike ineens uit de sfeer van irritatie in de sfeer van veiligheid. Dat gebeurde onlangs toen er vragen werden gesteld in de Rotterdamse gemeenteraad over intimidatie door groepen jongeren op fatbikes rond sportclubs, parken en buitensportlocaties. Ouders, sporters en buurtbewoners zouden signalen hebben afgegeven dat jongeren op weg naar huis of naar hun training worden nageroepen, achtervolgd of zelfs ingesloten door hinderlijk rijgedrag.

De burgemeester erkent in de beantwoording dat intimidatie en overlast door jongeren op fatbikes in Rotterdam voorkomen. Meldingen van bewoners en ondernemers laten zien dat het vaak gaat om verkeersovertredingen en hinderlijk gedrag, maar intimidatie komt volgens haar ook voor. Dat laatste hoort niet thuis op straat. Iedereen moet zich veilig kunnen voelen in de stad.

Tegelijk laten de cijfers een genuanceerder beeld zien dan je misschien zou verwachten na alle verhalen die rondgaan. In de afgelopen zes maanden werden 68 meldingen gedaan bij de gemeente over fatbikes. Slechts een klein deel daarvan had direct betrekking op parken, speelplekken of sportlocaties. Het merendeel ging over verkeersoverlast, bijvoorbeeld in winkelgebieden.

Er zijn ook een aantal plekken waar groepen jongeren in beeld zijn. In Feijenoord bijvoorbeeld houdt een groep zich volgens de gemeente bezig met intimiderend gedrag, waarbij sommige jongeren zich op fatbikes verplaatsen. Daar wordt inmiddels gewerkt met een gezamenlijke aanpak van politie, handhaving en jongerenwerk. Jongeren worden aangesproken, ouders betrokken en waar nodig volgen maatregelen zoals gebiedsverboden.

De aanpak wordt vooral breed wordt ingestoken. Niet alleen handhaving, maar ook preventie. Betere verlichting in parken, het snoeien van begroeiing, extra surveillance en gesprekken met bewoners tijdens veiligheidsbijeenkomsten in de wijk. Daarnaast probeert Rotterdam ook iets aan de bron te doen. Winkeliers zijn eerder al opgeroepen om geen illegale of opgevoerde fatbikes te verkopen. Ouders krijgen het verzoek om met hun kinderen te praten over veilig gebruik van elektrische fietsen. En samen met andere grote steden wordt in Den Haag gelobbyd voor landelijke regels, zoals een minimumleeftijd of een helmplicht. Of misschien wel een fatbikevrij centrum?

Irritatie over rijgedrag hoort misschien bij een stad in beweging, maar intimidatie hoort dat nooit te doen

PS: ook interessant. Deze petitie.

Aan dezelfde tafel

Tijdens de ramadan hoort bij zonsondergang een volle tafel. In Theater Rotterdam (zie ook dit item NPO radio 1) zat die tafel dit keer vol met queer moslims. Een iftar dus: de maaltijd waarmee het vasten wordt gebroken. Ditmaal georganiseerd door en voor mensen die zich zowel moslim als LHBTQ+ voelen. Een combinatie die mogelijk vragen oproept.

De iftar is voor veel moslims een moment van samenkomen. Familie, vrienden en buren schuiven na een dag vasten aan tafel. Het draait om gemeenschap: eten delen, verhalen uitwisselen, elkaar weer zien. Een queer iftar voegt daar een extra laag aan toe.

In het publieke debat worden islam en LHBTQ+ namelijk vaak tegenover elkaar gezet. Discussies gaan dan al snel over botsende waarden, alsof religie en seksuele of genderidentiteit elkaar per definitie uitsluiten. Maar voor sommige mensen bestaat die tegenstelling simpelweg niet. Moslim Ʃn queer kunnen ook samen. Niet als theorie, maar als dagelijks leven.

Ik kan me voorstellen dat zo’n samenzijn voor veel aanwezigen meer is dan alleen een maaltijd. Misschien ook een moment van herkenning. Even niet hoeven uitleggen wie je bent. Gewoon aanschuiven, praten, eten Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet altijd. Binnen religieuze gemeenschappen kan seksuele diversiteit gevoelig liggen. Tegelijk voelen queer moslims zich ook niet altijd vanzelfsprekend thuis binnen de bredere LHBTQ+-gemeenschap.

Dat is misschien precies waarom dit soort initiatieven betekenis krijgen. Niet als groot statement, maar als plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Samen eten, met elkaar praten en verhalen vertellen die anders misschien moeilijker worden gedeeld.

Kamer over? Hospitaverhuur in Rotterdam

Heeft u nog een kamer over in uw woning? Die vraag kwam in mij op, nadat ik over de honderdste match van Hospi Housing in Rotterdam las. Goed nieuws toch in tijden dat we het hebben over woningnood en misschien wel vergeten dat een deel van de oplossing kan liggen binnen de muren van bestaande huizen.

Bij die honderdste match gingen een burgerlid en een wethouder op bezoek bij een stel in Rotterdam-West. Kinderen zijn inmiddels het huis uit en wat ooit een levendig gezinshuis was, bleek een huis te zijn met een kamer over. In plaats van die leeg te laten staan, besloten ze die te verhuren aan een internationale studente. Zet je misschien toch aan denken.

In Rotterdam praten we vaak over bouwen. Neuwe wijken, hogere torens en het versnellen van woningprojecten. Begrijpelijk. De stad groeit en de vraag naar woningen blijft toenemen. Maar bouwen kost tijd. Jaren soms. Hospitaverhuur werkt anders. Het benut ruimte die er al is.

Volgens schattingen worden in Rotterdam inmiddels zo’n achthonderd kamers op deze manier verhuurd. Dat zijn achthonderd plekken waar iemand kan wonen zonder dat er een nieuwe woning gebouwd hoeft te worden.

Recent stond ook deze gedachtegang in een artikel: als de grootste huishoudens gemiddeld elf vierkante meter van hun woning zouden delen, zou het woningtekort in theorie verdwijnen. Elf vierkante meter. Ongeveer de grootte van een kleine slaapkamer.

Het voorbeeld van Marleen en Richard laat zien dat het soms inderdaad zo eenvoudig kan zijn. Je hoeft geen enorme woning te hebben om een kamer te delen. Het gaat vaak om huizen die ooit voor gezinnen waren bedoeld, waar het leven inmiddels veranderd is. Kinderen vertrekken, kamers blijven achter. In veel Rotterdamse straten gebeurt dat stilletjes.

Huishoudens worden kleiner, terwijl de woningen hetzelfde blijven. Dat betekent niet dat iedereen zomaar een kamer wil of kan verhuren. Samen wonen met iemand die je niet kent vraagt vertrouwen, duidelijke afspraken en ook een beetje lef. Maar het roept wel een interessante vraag op: hoeveel ongebruikte vierkante meters zijn er eigenlijk in de stad?

En misschien nog belangrijker: hoe makkelijk maken we het voor mensen die die ruimte wƩl willen delen? Vragen vanuit de ChristenUnie hier. Meer weten over hospitaverhuur in Rotterdam kan ook.

Uit de bubbel stappen in de zorg

Zonet een artikel gevonden waarin een geneeskundestudent aan het woord komt die zich inzet om mbo-studenten meer kansen te geven in de zorg. Hoe? Door onder andere leerplekken voor hen te creƫren in het Erasmus MC via zijn project ZorgBrug. Studenten die door een lager opleidingsniveau vaak minder kansen krijgen, terwijl zij juist veel kunnen betekenen voor patiƫnten door bijvoorbeeld aandacht te geven aan hun mentale welzijn. Uiteindelijk wil hij dat zorgprofessionals en studenten uit hun bubbel stappen, zich meer verdiepen in de leefwereld van van anderen en verschillende opleidingsniveaus beter samenwerken.

Gemeenteraadverkiezingen Rotterdam: bepaalt u uw stem op basis van AI chatbots?

De gemeenteraadverkiezingen komen eraan. U zult vast gaan stemmen, maar waar baseert u uw stem straks op? Verdiept u zich in de verkiezingsprogramma’s van de diverse partijen? Pakt u een stemwijzer erbij of gaat u het gesprek aan met een AI-chatbot?

Klinkt misschien futuristisch, maar gebeurt steeds vaker: mensen die een chatbot vragen op welke partij zij zouden moeten stemmen. Even snel een vraag stellen, een paar antwoorden lezen en klaar. Maar uit nieuw onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens blijkt dat daar een opmerkelijk probleem in zit. AI-chatbots noemen namelijk vrijwel nooit lokale politieke partijen wanneer mensen om stemadvies vragen.

Opvallend. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen ging meer dan dertig procent van de stemmen naar lokale partijen. Toch kwam in minder dan ƩƩn procent van de stemadviezen van AI-chatbots een lokale partij als eerste keuze naar voren. Met andere woorden: wie een chatbot om advies vraagt, krijgt mogelijk een beeld van de politiek dat niet helemaal klopt.

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens kan dat komen doordat deze systemen vooral zijn getraind met grote hoeveelheden data van het internet. En op dat internet zijn landelijke partijen vaak beter vertegenwoordigd dan lokale. Over lokale partijen is simpelweg minder informatie beschikbaar, of die informatie is minder uitgebreid. Het gevolg: ze verdwijnen ergens in de achtergrond van het algoritme.

Een interessante ontwikkeling. Want wat gebeurt er met de lokale democratie als steeds meer mensen hun eerste politieke oriƫntatie via een chatbot doen? Wat als de technologie die we gebruiken om ons te informeren onbedoeld bepaalde keuzes minder zichtbaar maakt?

De toezichthouder vindt AI-chatbots daarom ongeschikt als stemhulp. Ze geven een vertekend beeld van het politieke landschap. Hun adviezen zijn moeilijk te controleren. Waarom een chatbot een bepaalde partij adviseert weten we vaak niet. Ik snap wel waarom mensen het toch proberen. AI voelt snel, slim en vaak ook neutraal. Even een paar vragen stellen en er rolt een antwoord uit dat logisch klinkt.

Misschien is democratie juist het tegenovergestelde van snelheid. Het vraagt gewoon tijd. Lezen. Twijfelen. Gesprekken voeren. Jezelf verdiepen in de partij.

Dus een belangrijker vraag: hoe goed kennen we eigenlijk de lokale partijen in Rotterdam? En weet u wat er echt speelt in de stad Rotterdam?

Rotterdam zet in op zindelijkheid bij peuters

Het was ergens in december vorig jaar dat het bericht verscheen dat kinderen steeds later zindelijk worden. Waar peuters vroeger vaak rond hun tweede levensjaar zonder luier verder gingen, schuift dat moment nu steeds vaker op naar drie of zelfs vier jaar. Misschien een klein nieuwsfeitje, maar het zegt misschien wel iets over hoe we vandaag de dag leven.

In Rotterdam wordt het onderwerp inmiddels serieus genomen. Er is een aanpak gestart om jonge kinderen eerder zindelijk te krijgen, onder andere in Rotterdam-Zuid. De gemeente werkt daarvoor samen met kinderopvangorganisaties en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Voor 2026 is er ongeveer 130.000 euro voor gereserveerd. Pedagogisch medewerkers, consultatiebureaus en andere organisaties in de wijk spelen een rol bij het informeren en begeleiden van ouders.

Even terug naar de uitleg die erbij werd gegeven: ouders hebben het vaak druk. Daardoor begint het zindelijk maken van kinderen soms later. De kinderopvang krijgt dan vanzelf een grotere rol. Kinderen brengen daar immers veel tijd door, en pedagogisch medewerkers zijn dagelijks betrokken bij hun ontwikkeling.

Logisch misschien, maar er lijkt wel iets te verschuiven. Want wie aan zindelijkheidstraining denkt, ziet misschien eerder ouders voor zich die thuis met hun kroost aan de slag gaan. Signalen herkennen en met kleine stapjes en veel geduld vooruitgaan.

De gemeente Rotterdam zet daarom vooral in op ondersteuning. Het CJG bespreekt zindelijkheid al vroeg met ouders, bijvoorbeeld tijdens consulten en via voorlichting. Ook organisaties in de wijk worden betrokken, zodat informatie ouders beter bereikt, bijvoorbeeld via mensen met dezelfde taal of culturele achtergrond.

Misschien is dat wel de interessantste vraag achter dit nieuwsbericht. Niet alleen wanneer kinderen zindelijk worden, maar wat dat zegt over hoe het leven van ouders en kinderen in de stad verandert.

Veiligheidsbeleving Rotterdam 2026

Interessant om die veiligheidsbeleving per wijk eens te zien via wijkprofiel.rotterdam.nl in grafiekvorm. Wordt misschien snel wat duidelijker wanneer je de resultaten als tabel bekijkt. Cool heeft in 2026 een waarde behaald van 27 punten; Terbregge 174. Bijzonder om te zien: Cool had in 2024 nog een waarde van 76.

Wat die veiligheidsbeleving precies inhoudt? Eigenlijk gewoon een beeld dat gevormd is door de bewoners die vragen hebben beantwoord over de tevredenheid met betrekking tot het wonen in de wijk. Maar ook vragen die te maken hebben met vermijdgedrag. Durven de Rotterdammers ’s avonds nog de deur open te doen; vermijden ze bepaalde plekken in de avonduren? Of in hoeverre men denkt slachtoffer te worden van een beroving of inbraak.

En dat moet dus worden opgelost, lezen we op Rijnmond.

Online populariteit en de invloed op de buurt

Sociale media, zoals TikTok, kan je als ondernemer helpen om naamsbekendheid te krijgen. Dat lijkt ook het geval bij Taarten van Asli in het Lloydkwartier, een taartenwinkel die volgens raadsvragen van Leefbaar Rotterdam veel bezoekers trekt, mede door de bekendheid van de eigenaar op het social media platform.

Als je de ingezonden vragen mag geloven, heeft die populariteit ook een keerzijde. Bewoners zouden te maken hebben met verkeersdrukte, toeterende auto’s, parkeerproblemen, zwerfafval en jongeren die rondhangen bij de zaak. Ook zou uit meldingen in de MeldR-app blijken dat er in de omgeving regelmatig klachten worden gedaan over overlast.

De partij heeft daarom vragen gesteld aan het college. Niet alleen over de situatie rondom deze zaak, maar ook breder: hoe gaat de stad om met ondernemingen die door sociale media ineens bezoekers uit de hele regio aantrekken, terwijl ze midden in een woongebied zitten?

Tegelijkertijd is het natuurlijk ook ergens een ondernemersverhaal. Iemand die met een idee, en blijkbaar ook met slimme inzet van sociale media, een zaak weet op te bouwen waar mensen speciaal voor naar toe komen. Dat is op zichzelf iets wat je als stad ook wilt: ondernemerschap, initiatief en plekken die mensen weten te vinden. De uitdaging zit hem waarschijnlijk vooral in de balans; hoe zorg je dat succes van een ondernemer niet ten koste gaat van de leefbaarheid voor de buurt?

Hoe zat dat ook alweer met die Amsterdamse patatzaak?

Waarom informatie over Rotterdam zo belangrijk kan zijn

Een mooi artikel in het AD, dat weer energie geeft om te blijven doen wat we nu doen. Heeft ook te maken met de komende verkiezingen. Strekking van het verhaal: Rotterdammers zijn misschien niet alleen afgehaakt, maar ook gewoon slecht geĆÆnformeerd.

In het stuk wordt beschreven dat Rotterdammers misschien wel weten wat er in Den Haag gebeurt, maar nauwelijks zicht hebben op de politiek in hun eigen stad. Wie bestuurt Rotterdam eigenlijk? Welke partijen maken de keuzes? En waarom worden bepaalde besluiten genomen? Voor veel mensen blijft dat onduidelijk, terwijl die besluiten juist direct invloed hebben op het dagelijks leven.

Misschien is dat wel een deel van de verklaring voor de lage opkomst bij verkiezingen. Niet alleen omdat mensen afhaken, maar ook omdat ze simpelweg te weinig worden meegenomen in wat er in de stad gebeurt.

Is een mooie drijfveer om dus door te gaan met datgene wat wij doen: Rotterdammers blijven informeren over wat er speelt in hun eigen stad. Op politiek gebied, maar ook andere ontwikkelingen die interessant kunnen zijn. Misschien een kleine bijdrage, maar wel een die Rotterdammers kan helpen om de stad beter te begrijpen.

Beschikbaarheid in Rotterdam: van vape-winkel tot straatdealer

Pointer vind ik zelf altijd erg interessante artikelen publiceren. Zo ook het volgende artikel, waaruit blijkt dat Pointer in een recente analyse in kaart bracht hoeveel nicotineverkooppunten er rond middelbare scholen liggen. Ook in Rotterdam blijken op meerdere plekken winkels met tabak of vapes op korte loop- of fietsafstand van scholen te zitten. Nicotine voor jongeren is blijft dus dichtbij, ondanks beleid dat gebruik juist wil ontmoedigen.

Ook een ander artikel trok de aandacht. Gaat op een andere manier eigenlijk over hetzelfde. Pointer sprak namelijk met veertig crackgebruikers op straat en vroeg naar hun ervaringen met gebruik en handel. EĆ©n van de lessen die daaruit naar voren komt: volgens veel gebruikers is een dealer altijd wel ergens te vinden: ā€œ24/7 aanwezigā€ dus.

Twee totaal verschillende werelden. Aan de ene kant winkels die gewoon onderdeel zijn van het straatbeeld, soms vlak bij scholen. Aan de andere kant een netwerk van gebruikers en dealers dat zich grotendeels buiten het zicht afspeelt.

Toch ook gelijk een duidelijke overeenkomst tussen de twee verhalen: beschikbaarheid. Hoe dichterbij een middel is, hoe makkelijker het wordt om eraan te komen en op die manier onderdeel wordt van de dagelijkse omgeving. Gaat ongetwijfeld nog vragen opleveren vanuit de politieke partijen.

Update: vragen vanuit het CDA over vapen

Gesloten speeltuin: vrij te besteden vergoeding

Wij bedanken al onze medewerkers, vrijwilligers en veel belangrijker alle kinderen die in de afgelopen 80 jaar bij ons gespeeld hebben!!

Bovenstaande staat te lezen op de website van wijk en speeltuinvereniging BoTu. Duidelijke boodschap, maar toch bijzonder om te lezen als je naar de beantwoording van de gestelde vragen kijkt die gaan over de sluiting van speeltuin Het Dakpark.Wat in die beantwoording vooral opvalt, is een ogenschijnlijk klein detail. De eenmalige vergoeding die de vereniging heeft ontvangen van de gemeente, als onderdeel van een overeenkomst uit maart 2024 , mag door de vereniging vrij worden besteed. Conform de eigen statuten en reglementen.

Helder; een administratieve mededeling.

Maar toch een opmerkelijke constatering. Want dat geld hing samen met het verleden en de toekomst van de speeltuin. Of niet? Ooit waren er namelijk afspraken over een nieuw clubgebouw in een toekomstige woningbouwontwikkeling. Die afspraak is met de overeenkomst uit 2024 vervallen. In ruil daarvoor kreeg de vereniging een eenmalige vergoeding. En nu blijkt dus: wat er met dat geld gebeurt, ligt volledig bij de vereniging zelf.

Aan de ene kant is dat logisch misschien. Een vereniging is een zelfstandige organisatie. Heeft een eigen bestuur. Eigen regels. Eigen verantwoordelijkheid. Als daar een bedrag wordt uitgekeerd, hoort het bestuur te bepalen wat ermee gebeurt. Maar toch… Het voelt ook wat ‘vreemd’. Want nu de speeltuin gesloten is en het bestuur de sleutels heeft ingeleverd is er geen plek meer waar kinderen kunnen spelen. Dan krijgt zo’n opmerking als ā€œvrij te bestedenā€ toch een andere lading.

Marketingtrucs om drugs aan de man te brengen

Deze week publiceerde Pointer een onderzoek naar crackgebruik op straat. Daarin vertellen gebruikers hoe dealers gratis bolletjes crack uitdelen om nieuwe klanten te maken. Marketing, eigenlijk. Schijnt ook te gebeuren in Rotterdam. Alleen gaat het hier niet om een nieuw drankje of een streamingdienst, maar om een van de meest verslavende drugs die er zijn.

Zelfredzaamheid wanneer je dakloos dreigt te worden

Wanneer ben je zelfredzaam genoeg, als je als alleenstaande vrouw met kind(eren) op straat dreigt te belanden? Ik kan mij voorstellen dat wanneer je in die situatie zit en het dak boven je hoofd dreigt te verliezen, je vooral hoopt dat er iemand opstaat die zegt: “We laten je niet vallen.” Toch bereiken de raad signalen van onder meer LekkerGeven, Krachtvrouwen en het Rode Kruis dat vrouwen met kinderen bij Centraal Onthaal aankloppen en te horen krijgen dat zij ā€˜zelfredzaam’ genoeg zijn.

De ombudsman stelt dat de regie onvoldoende is en de hulpverlening versnipperd, waardoor een groep mensen tussen wal en schip valt. Er zou geen specifiek beleid zijn voor mensen die als zelfredzaam of niet urgent worden beoordeeld. Precies het gat waar deze gezinnen in lijken te verdwijnen.

Volgens de wethouder is er geen tekort aan opvangplekken en bij afwijzing wordt meegedacht over passende ondersteuning. Maar hoe ziet die ondersteuning er dan concreet uit? Wordt er na een afwijzing nog gecontroleerd of iemand inderdaad via het eigen netwerk onderdak heeft gevonden? Wordt bijgehouden hoeveel mensen later alsnog dakloos raken?

Zelfredzaamheid, heeft iets positiefs. Maar in praktijk kan het betekenen dat iemand met lege handen weer naar buiten loopt.

Parkeren in de wijk: hoe houdt Rotterdam het in balans?

Parkeren in uw wijk; hoe vindt u dat gaan?

Zo’n vraag moet je een Rotterdammer stellen, wanneer hij/zij ’s avonds drie rondjes door de buurt rijdt. In diverse woonwijken zullen bewoners een toenemende parkeerdruk ervaren. De afgelopen jaren zullen misschien ook steeds wat plekken in uw wijk zijn verdwenen. Een vak hier opgeheven voor een afvalcontainer, daar een strook anders ingericht na een herprofilering van de straat.

In schriftelijke vragen aan het college wordt nu om inzicht gevraagd: hoeveel parkeerplaatsen zijn er per saldo verdwenen door herinrichting, nieuwe voorzieningen of functiewijzigingen? Terechte vraag misschien, want losse ingrepen lijken misschien klein, maar opgeteld kunnen ze het verschil maken tussen ā€œeven zoeken naar een parkeerplekā€ en structureel tekort.

Ook interessant: de vraag over maatwerkvoorzieningen. Een parkeerplek die gereserveerd wordt in het kader van bijvoorbeeld ondersteuning via de Wmo. Begrijpelijk. Vaak noodzakelijk. Maar wordt ook periodiek bekeken of zo’n plek kan terugkeren naar de algemene voorraad als de noodzaak vervalt? Heroverwegen van afgegeven plekken, hoe gaat dat in zijn werk in Rotterdam?

Ook de plaatsing van bovengrondse afvalcontainers en fietsvoorzieningen komt ter sprake. Absoluut nodzakelijkg. Maar nemen misschien wel de plek van een voormalig parkeervak in.

Hoe meten we in Rotterdam nu eigenlijk structureel wat er gebeurt? Wordt bij herinrichtingen vooraf een integrale parkeerdrukmeting gedaan? Wordt gekeken naar het effect van meerdere ingrepen op wijkniveau? Een project verandert missschien weinig op wijkniveau, maar wat als we vijf projecten in dezelfde buurt hebben?

Ook langdurig parkeren door niet-bewoners en grote bedrijfsbussen die veel ruimte innemen vergroten in sommige wijken de druk op schaarse parkeervakken, en de vraag is of monitoring, beleid en handhaving daarop voldoende zijn ingericht. Uiteindelijk gaat het bewoners minder om ideologie dan om vertrouwen: dat keuzes over parkeerplaatsen zorgvuldig, transparant en met oog voor het totaal van de wijk worden gemaakt. Schriftelijke vragen hier.

Digitale meldplicht tijdens jaarwisseling Rotterdam: gaat dat helpen?

Stelt u zich eens voor: een digitale meldplicht tijdens oud en nieuw. Zou dat helpen om de overlast in Rotterdam tijdens de jaarwisseling tegen te gaan?

Die vraag dringt zich op na schriftelijke vragen vanuit Leefbaar Rotterdam over een opvallende maatregel in het Belgische Mechelen: huisarrest voor notoire relschoppers tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 08.00 uur. Een ingreep die wordt genomen en bedoeld is om geweld en vernielingen te voorkomen. Wie eerder de fout in ging, blijft deze keer binnen.

Juridisch is zo’n huisarrest in Nederland echter niet mogelijk is; de burgemeesters in Nederland hebben die bevoegdheid niet. We kennen hier wel een huisverbond, maar dit bestaande huisverbod is bedoeld voor situaties van huiselijk geweld. Werkt ook juist omgekeerd: iemand mag de woning niet meer in. Dus niet echt een optie.

Volgens de burgemeester heeft de politie zicht op jongeren die eerder betrokken waren bij ernstige incidenten rond de jaarwisseling. Elk najaar wordt geĆÆnventariseerd of er personen zijn die mogelijk opnieuw de openbare orde verstoren. In het verleden leidde dat vooral tot gebiedsverboden. Voor de toekomst wordt ook gekeken naar uitbreiding met een digitale meldplicht.

Die digitale meldplicht, nu nog vooral ingezet bij voetbalgerelateerde overlast, zou betekenen dat iemand zich op bepaalde momenten digitaal moet melden. Een modern middel. Past wel in een tijd waarin toezicht steeds vaker via technologie verloopt. Maar zou dit ook werken bij oud en nieuw?

Ieder jaar klinkt de roep om strengere maatregelen zodra vernielingen en zwaar vuurwerk het nieuws halen, maar die moeten wel juridisch houdbaar en uitvoerbaar zijn. Van symboolpolitiek of wegkijken wordt niemand beter. Volgens de burgemeester is het huidige instrumentarium voorlopig voldoende, al kan na evaluatie de digitale meldplicht breder worden ingezet. De vraag hoe we oud en nieuw echt veiliger maken, blijft daarmee onverminderd actueel.